Verslag rondreis Gambia Senegal
Wat heeft Gambia allemaal te bieden? Wij maakten een rondreis Gambia Senegal en bezochten de regio Banjul, gingen naar het Fathale Reserve in Senegal en we verbleven enkele dagen in het binnenland. Lees hieronder het verslag van onze rondreis Gambia Senegal.

Welcome to the Gambia
Gambia, ofwel “the Gambia”, het kleine smalle landje gelegen rond de rivier de Gambia en geheel omgeven door Senegal. Gambia is Engelstalig en Senegal is Franstalig. Dat beschrijft ook wel hoe en wie de geschiedenis hier de laatste paar honderd jaar schreef. Gambia werd het trieste centrum van de slavenhandel. Het verhaal van Kunte Kinteh speelde zich hier af en het gelijknamige slaveneiland in de rivier de Gambia is nog steeds te bezoeken. De kustregio is dicht bevolkt met de hoofdstad Banjul, Serekunda en de aangrenzende stadsdelen. In Gambia leven moslims en christenen vreedzaam samen en daar zijn ze erg trots op. Het land is arm, het ontbreekt aan zo’n beetje alles.


Wij boekten een combireis via Tui; een paar dagen in het Senegambia Resort aan de kust gecombineerd met een excursiereis naar het binnenland van 3 dagen. Op onze “vrije” dagen boekten we via Buba Tours uitstapjes in de regio.
Na een vlucht van 6 uur landden we op het vliegveld van Banjul. Er staat een prachtige grote terminal maar zo te zien waren wij zo’n beetje de enige vlucht die op dat moment voor activiteit zorgt op het vliegveld. In plaats van 100 meter lopen worden we met een bus in een grote omtrekkende beweging bij de terminal gedropt (je hebt die bussen niet voor niets en toeristen willen niet lopen toch?).
Hier begint het typisch Afrikaanse formulieren gedoe. We moeten 3 loketjes af, éénmaal coronacheck, formuliertje hier, formuliertje daar, $20 aftikken en dan nog even een stempel halen bij de douane. Dan mogen we het land in en worden we overvallen door de behulpzame Gambiaan, een tip voor een schoon toilet en een tip voor koffers dragen etc.. Met een bus worden we naar het hotel gebracht waarbij we onderweg de eerste indrukken opdoen.

Het Senegambia Hotel hebben we uitgezocht vanwege de prachtige tuinen, mooie zwembaden en de apen komen af en toe kijken. Het ligt aan zee en aan het einde van de Gambiaanse Strip.


Omdat hier meerdere hotels aan de kust liggen zijn er in de straat er naar toe meerdere restaurants, wisselkantoortjes en souvenirshops gevestigd, “de Strip” dus. Leuk om in de avond rond te lopen op zoek naar een restaurantje zoals bijvoorbeeld restaurant Valkenburg met inderdaad een Hollandse pot.


Bij aankomst is het middag en na het installeren in het hotel gaan we aan het zwembad liggen, het was immers erg vroeg vanmorgen. Tegen de avond wisselen we wat Euro’s om en gaan wat eten. Hierna hebben we nog een afspraak staan met onze gids Buba om de inhoud van de eerste 2 dagen te
bespreken. So far…
Geldzaken
Je kunt bij de Strip op diverse plekken gewoon pinnen. Cash euro’s omwisselen is ook geen probleem bij één van de vele wisselkantoortjes, wel even onderhandelen. Wat ook goed te doen is, was pinnen met de Visa in het hotel, meer discretie dan midden op straat. De koersen lagen allemaal redelijk bij elkaar, het enige vervelende is de enorme pak vak vieze briefjes die je krijgt. Vieze biljetten zijn één van de ziekte verspreiders in Gambia.

Dag 1: Via Serekunda Marked naar Lamin Lodge
Na een heerlijk ontbijtbuffet maken we ons klaar voor een bezoek aan de Serekunda Market met onze gids Buba. De Serekunda Market is de grootste authentieke markt in de regio en ligt ook niet heel ver van ons hotel. Met een oude Mercedes gaan we op pad en naarmate we dichter bij de markt komen wordt het drukker. We kijken onze ogen uit naar alles wat we onderweg zien.


De Serekunda Market

Aangekomen bij de markt stappen we uit en begeven we ons in de drukte. Het is fijn dat we maar met een heel klein groepje zijn. We kunnen wat onopvallender over de markt en raken elkaar niet zo snel kwijt. De markt is een enorm doolhof van marktkramen waar alles uitgestald is wat bij ons in een supermarkt of een warenhuis te vinden is. Meestal zijn het de vrouwen die hier de handel bedrijven. Kleurrijk zijn de groentekramen met de fraai uitgedoste verkoopsters.



Levende kippen zitten in krappe hokken, varkensvlees ligt in de zon. Bij de visafdeling is het zeker zo bijzonder, gerookte vis ligt te wachten om verkocht te worden.


Bij de afdeling kleding kunnen vele soorten shirts en flipflops gekocht worden en ga zo maar door. Ook is er nog een straatje met wat toeristische spulletjes. We zijn ineens al een stel souvenirs rijker.

In tegenstelling tot de Albert Market in Banjul is deze markt minder toeristisch en dus zijn er ook minder van dit soort kraampjes. Het fotograferen op de markt moet vooral stiekem gebeuren want lukraak mensen fotograferen vinden we in Nederland niet leuk, zo ook hier. Bij enkele kraampjes heb ik het gevraagd en mocht het soms voor een kleine fooi. De mensen hebben niet veel dus willen ze best poseren voor een paar centen.
Gele en groene taxi’s
Er zijn heel veel gele en er minder groene taxi’s. Stap je in een gele taxi dan is de kans erg groot dat er nog andere passagiers in stappen en dat de reis in een grote omtrekkende beweging naar je bestemming gaat met vele tussenstops. De groene is wat duurder maar is privé en rijdt direct naar jouw bestemming. Ik heb gele taxi’s gezien waar geiten in de kofferbak werden geduwd en waar complete watertanks op het dak vervoerd werden.
Op naar de veemarkt
De hoofdwegen zijn hier verhard maar zodra je een zijweg neemt is het zand. Niet gek dus dat onze Mercedes een keer vast loopt en wij uit moeten stappen om de auto uit het zand te duwen. Op de route naar de Lamin lodge maken we een tussenstop bij een veemarkt. Er staan honderden geiten en wat koeien om verhandeld te worden. Voor de dieren wordt goed gezorgd maar dat voorkomt niet dat er af en toe een zieke geit dood omvalt. Daarvoor zitten de gieren te wachten die dan hun slag slaan. We lopen er rond en maken wat foto’s.

Lamin Lodge
We rijden verder en stoppen nog even bij een schooltje waarvoor ik een dertigtal rekenmachientjes had meegenomen en een doos pennen.
Dan rijden we naar de Lamin Lodge vernoemd naar het stadsdeel Lamin. De weg is onverhard en hobbelig. We passeren een mooie beschilderde baobab boom waar we even stoppen. Dit type bomen noemt men ook Apenbroodboom en komt in verschillende soorten voor.

Aan de oever zit een oesterfarm met grote bergen schelpen. De oesters worden gewonnen in het mangrove gebied, hier aan wal gebracht en door de vrouwen schoon gemaakt.

Bij de ingang naar de lodge staat de bekende “Internettree”. Een dikke baobab boom waarop diverse boodschappen geschilderd zijn gericht aan de toeristen.

De lodge zelf is gebouwd op palen in het water midden in het mangrove bos. Via een toegangspad op palen kunnen we er naar toe.

De lodge is ooit door een Duitser gebouwd maar na zijn overlijden is het bouwwerk in overheidshanden terecht gekomen vanwege de toeristische aantrekkingskracht van de plek. Het bouwwerk oogt bouwvallig en is daarom ook fotogeniek. Het is een mooie plek waar je een boottocht kunt maken. Op de eerste verdieping kun je genieten van het uitzicht onder het genot van een hapje en drankje. We spotten wat aapjes die zo nu en dan ook de lodge beklimmen.

Zwerfafval
In Gambia ligt overal zwerfafval, zelfs als het bij de mensen voor de deur ligt wordt het niet opgeruimd en blijft men liever onder een boom zitten toekijken. Ook staan er overal autowrakken. Het is een cultuurverschil, een besef wat zich moet ontwikkelen concludeer ik. De overheid helpt sinds 2015 een handje door de invoer van plastic zakjes te verbieden.
Na ons bezoek aan de lodge gaan we terug naar ons hotel om nog even te luieren bij het zwembad en in de avond de strip op te wandelen voor een hapje.
Dag 2: Dagtrip naar Fathale Wildlife Reserve in Senegal
Vandaag gaan we op safari naar Senegal in het Fathal Wildlife Reserve. Niet alleen het wildpark moet een hoogtepunt zijn maar de reis er naar toe zou al een hele beleving zijn vandaar ook dat we dit uitje graag wilden doen. Twee andere Nederlanders waarmee we in het hotel aan de praat raakten besloten met ons mee te gaan zodat we mooi gezelschap hadden.
De veerboot Banjul – Barra

Vroeg in de ochtend staat een busje voor ons klaar om naar de haven van Banjul te gaan. Voor een bezoek aan het park moeten we eerst de brede monding van Gambia River over steken naar Barra. Vanuit de haven van Banjul varen hier een tweetal veerboten op en neer. Het is in de vroege ochtend al een enorme drukte en mix van vele kleurrijke verschillende mensen. We kijken onze ogen uit. Zwaar bepakte busjes en gewoon mensen met een enorme pak handelswaar dragen op hun hoofd. Als we de overkant bereiken zien we vissersbootjes. Deze worden ook wel eens als veerbootje ingezet als het te druk is of er vertraging is.

Ons busje gaat niet mee, aan de overzijde is ander vervoer geregeld. Als de veerboot arriveert moeten eerst alle auto’s en passagiers van de boot af waarna wij er op mogen. We installeren ons op het bovendek vanwaar wij alles mooi kunnen aanschouwen. We varen in een klein uurtje naar Barra aan de overzijde waar iedereen er natuurlijk weer allemaal tegelijk van de boot af wil.

De grensovergang naar Senegal
In Barra verlaten ook wij de veerboot en hobbelen mee over in de massa naar het stadje dat veel drukte en bedrijvigheid kent. Hier staat een safaritruck op ons te wachten. Een jeep met een bak waarin wij zitten en waar het dak vanaf kan. We stappen in en rijden vervolgens een kilometer of twintig tot aan de Senegalese grensovergang. Daar worden we omringd door kinderen meestal op blote voeten die graag wat snoepjes van ons aannemen. Onze chauffeur organiseert de boel en zorgt dat ieder kind wat krijgt en ons daarna ook weer met rust laten.

Er moeten wat formulieren ingevuld worden, stempel uit en aan de andere zijde weer stempel in, het ging best soepel. Hier hoeft overigens voor in en uit geen $20 betaald te worden.
Fathala Wildlife Reserve

We stappen weer in de jeep en even later komen we aan bij het Fathala Wildpark. Bij de entree ligt een krokodil op ons te wachten en een grote schildpad, achter een hekwerk natuurlijk. Het park is plat gezegd een grote dierentuin; één groot omheind bosgebied. Binnen dit gebied leven vele wilde dieren. Er zijn enkele waterpoelen en vele kleine onverharde paden die door het bosgebied lopen.

Het dak is inmiddels van de jeep verwijderd en zo omgetoverd in een heuse safari-jeep waarin wij kunnen staan. Als we het park in rijden zien we meteen een aantal grote antilopen. Even later komen we uit bij een neushoorn vergezeld door zebra’s. Dat is overigens de enige neushoorn in dit park. We zien vele vogels, apen, een buffalo, nog meer antilopen en wilde zwijnen. Ook leven er een dertigtal giraffe in het park maar ondanks dat juist deze beesten zich niet makkelijk kunnen verstoppen moeten we toch aardig zoeken om ze te vinden. We zijn vaker op safari geweest en het blijft gewoon heel erg leuk om te speuren naar wilde dieren. Ondertussen zijn we wel flink verbrand door de zon.




Krokodillen en leeuwen aaien
In Gambia en Senegal kun je tamme krokodillen aaien en er mee op de foto gaan. Sommige mensen vinden dit geweldig maar wij passen er voor om te betalen om met deze dieren op de foto te gaan.
Na ons bezoek aan het park eten we nog een heerlijke pizza bij de ingang en rijden dan weer terug naar Gambia. De grensovergang gaat wederom soepel maar bij de veerboot moeten we dit keer langer wachten. Rechts van de ingang zijn wel aan de achterzijde via een trap omhoog speciale wachtkamers voor de beter bedeelde onder het volk en waar je een koud drankje kunt scoren. Toch moeten we later buiten nog lang in de hete zon wachten alvorens we de boot op kunnen.



Bij aankomst in Banjul is het weer enorm druk in de stad. We lopen een stuk om bij de meeting point met onze chauffeur uit te komen. Onderweg kopen we nog wat fris drinken wat de hitte is best wel een ding.
Arch 22 Banjul
Het is inmiddels ook al een uur of vijf, toch maken we nog even een stop bij de grote boog van Banjul. Deze boog is gebouwd in 1996 ter herinnering aan de coup van 1994. Achter de boog staan tribunes zodat er parades gehouden kunnen worden of zoiets…

Moe komen we in het hotel aan maar we hebben zeker geen spijt van deze bijzondere dag.
Dag 3: Op naar de AbCa’s Creek Lodge
In de ochtend moeten we eerst uitchecken, we hadden gehoopt dat de spullen voor 2 nachten in de kamer van Senegambia Hotel mochten blijven maar helaas. Een kleine bus pikt ons samen met 6 andere reisgenoten op voor de trip van zo’n 80 km naar de AbCa’s Creek Lodge. Onderweg maken we een paar stops.
Markten in Brikana
Allereerst stoppen we even bij de veemarkt van Brikana. Een identieke markt als we al eerder bezocht hebben met veel geiten en zo. Smerig detail was wel dat men daar in de openlucht op een nogal brute wijze een koe aan het slachten was. Gewoon op een betonnen plaat in de zon hakken maar. Daarna stoppen we in de stad voor een wandeling over de lokale markt. Wederom veel kleine kraampjes met eten en veel ander koopwaar en natuurlijk de bijbehorende chaos en drukte.
AbCa’s Creek Lodge

Dan rijden we verder richting onze bestemming. Onderweg genieten we van het wisselende landschap van akkers, bomen en dorpjes. De gehele weg is gewoon verhard zonder gaten in het asfalt. Het verkeer wordt ook steeds rustiger naarmate we verder landinwaarts rijden. Uiteindelijk nemen we de afslag naar Kassanga, Bintang en slaan even later het zandpad in naar de Lodge.

De AbCa’s Creek Lodge wordt gerund door Abdoul en Carlijn (AbCa) en is gelegen aan een kreek met mangroven en veel natuurschoon. De kreek is een zijtak van de Gambia River en kent zover in het binnenland nog steeds getijde verschil. Abdoul en Carlijn wilden graag de toerist al het moois van het binnenland laten zien. Het resultaat mag er wezen. De lodge is een heerlijke groene plek waar we kunnen zwemmen en genieten van een drankje en natuurlijk de omgeving verkennen.
Boottocht door de mangrove

Tegen het eind van de middag gaan we met de boot op een stuk varen. In het mangrove gebied bevinden zich veel vogels maar ook apen en krokodillen. Tijdens de boottocht zien we de prachtige bossen en vogels maar geen krokodillen. Die laten zich schijnbaar maar zelden zien en komen ook niet in de buurt van de lodge. Apen zien we wel tijdens de boottocht.

Na de boottocht krijgen we een lekkere maaltijd aangeboden en genieten we nog van de vogelgeluiden, een biertje en de heerlijke avond.
Dag 4: Wandelen en met de safari-jeep op pad
In de vroege ochtend, nog voor het ontbijt gaan we al aan de wandel. Het wordt niet echt een boswandeling maar meer een plattelands-wandeling waarin we uitleg krijgen over de gewassen die er geteeld worden. Zo ontdekken we dat hier veel cashewnoten verbouwd worden en dat deze aan een boom groeien. Ook worden er hele velden pinda’s verbouwd, jawel, deze groeien trouwens net als aardappels onder de grond. Grappig te horen dat de apen hier nogal dol op die pinda’s en ze graag stelen. De velden moeten dan ook continue bewaakt worden. Ook lussen de apen graag het fruitgedeelte van de cashew-vrucht.

Imposant zijn weer de baobab bomen; deze dikke bomen hebben nutteloos hout, worden niet gekapt en staan daarom nog in grote aantallen her er der in het landschap.

Na deze wandeling nuttigen we het ontbijt waarna de jeep klaar gezet staat om de rest van de dag rond te gaan toeren. Een safari jeep associeer ik met wild spotten maar nu stappen we in zo’n jeep om gewoon door dorpjes en het platteland te toeren. Toch is dit een heerlijk vervoermiddel, fris in de wind en natuurlijk goed uitzicht.

We rijden eerst naar het dorpje Kassagne waar we even stoppen. Ik heb een koffer vol kinderschoenen bij en als we een klein kind op blote voeten over het hete asfalt zien lopen stoppen wij en gaat de koffer open. Binnen de kortste keren staan er meer kinderen op blote vinden bij de jeep. De meeste kinders kunnen we van schoenen voorzien en na 10 minuten is de koffer leeg. Ik heb in ieder geval een kleine goede daad verricht en een druppel op de gloeiende plaat want de mensen hebben hier bijna niets.




We rijden verder over het platteland, langs akkers, bomen en door dorpjes. Alle wegen zijn onverhard, in de dorpjes is vaak geen stroom en stromend water. Het is vandaag een hete dag maar in de jeep is het aangenaam.





We maken diverse stops bij o.a. een dikke baboa boom en bij plek waar ze houtskool aan het branden zijn op de manier waar ze dat bij ons 200 jaar gelden deden.

De dorpjes hebben vaak goed onderhouden groentetuinen in een soort volkstuinencomplex met een waterput. De oogst is natuurlijk ook hun levensbehoefte en inkomstenbron. De bewoners gaan lachend met ons op de foto.




Aan de rand van een bos houden we pauze en wordt de koelbox open getrokken. Alweer raar dat wij van de luxe genieten en de mensen hier al blij zijn met een leeg flesje water.

Even later komt er een groep vrouwen aan lopen met emmers op hun hoofd. Zij komen van het land en rusten hier ook even uit. Ze hebben het zichtbaar warm waarna wij besluiten het restant uit de koelbox onder hen te verdelen. Een beetje onwennig poseren ze voor de camera.


We rijden weer verder en komen bij een primitief dorpje uit waar we uitstappen en binnen mogen kijken hoe de mensen wonen. Voor ons rijke Europeanen is het bijna niet voor te stellen; slapen met de hele familie op de grond in de stoffigheid. Er is een primitieve wasplaats en voor het toilet loop je het bos in. De dieren lopen op het erf en de kinderen lopen er in hun verscheurde kloffie op de bloten rond.
Locatie dorp 13°14’55.9″N 16°15’59.5″W







Als we bij het dorpje weg rijden, rennen de kinderen nog even achter de jeep aan. We rijden weer richting een dorpje Kanuma met wat meer faciliteiten.

Een stukje verderop staat in Kanuma een enorme dikke kapokboom ofwel elephant-tree of katoenboom. Deze boom lijkt op de baboa maar heeft aan de onderzijde een soort vleugeltjes.

Dan rijden we richting Tampoto en komen we weer op de verharde weg en rijden terug naar de AcBa’s lodge.
Dag 5: Fietsen
Vandaag is het weer de laatste dag in de lodge maar voordat we terug gaan naar de kust maken we eerst nog een fietstocht naar Bintang. Uit een berg oude en vaak kapotte fietsen zoek ik er eentje uit die nog goed genoeg is en dat doet de rest van de groep ook. Een fatsoenlijke fietspomp is er niet en echt onderhoud aan de fietsen is helaas nul. Het is zo te zien ook een oude partij uit Nederland. Dus als we goed en wel op weg zijn gaat de eerste fiets al kapot nog voordat we in Kassagne aankomen, even later de tweede.

In Kassange, het dorpje waar ik de schoentjes uitgedeeld heb, krijgen we een rondleiding in het ziekenhuis. Het is één grote stoffige bende en men heeft een tekort aan bijna alles. Tot overmaat van ramp blijkt ook nog de waterpomp kapot te zijn waardoor er nu geen stromend water is. Het probleem van Afrika, je kunt ze iets geven, iets doneren maar onderhoud en reparatie is vaak een drama.




Hierna fietsen we door naar een school in Bintang. Hier bezoeken we een aantal leslokalen en krijgen we uitleg over de school en hun leermethode. Ondanks dat het een wat ouder gebouw is ziet het onderwijs er redelijk goed georganiseerd uit. Een aantal vrouwen kookt eten voor de leerlingen in een keuken. Natuurlijk is er ook een giftbox voor donaties om nieuwe spullen te kunnen kopen. Eén van onze medereiziger had nog een stapel schriften gekocht en die worden hier uitgedeeld.





Daarna fietsen we verder door Bintang dat aan de oever van een zijtak van de Gambia Rivier ligt. Hier leven ze van de oesterteelt. Deze worden met bootjes aan wal gebracht waar vervolgens de schelpen open worden gemaakt om de oesters er uit te halen. Een dorpsbewoner geeft ons uitleg.


Terug naar de kust
Na onze fietstocht staat de bus al weer klaar en pakken we onze koffers voor de terugreis naar het Senegambia Hotel aan de kust. Halverwege de middag komen we er aan en genieten nog even aan het zwembad voordat de avond valt.
Dag 6: Vissersdorp Tanji en Paradise Beach

Het is vandaag alweer de laatste dag in The Gambia. Na ons ontbijt gaan we weer met Buba op pad. We hadden al veel gezien maar zijn nog niet fatsoenlijk aan de kust geweest dus op naar Tanji, het vissersdorp. Tanji ligt ten zuiden van Banjul. Uit de diverse recensies begreep ik al dat het een bijzonder bezoek zou worden. De vis wordt hier met de typisch boten aan de wal gebracht en ter plaatse verwerkt. Dus of schoon gemaakt of gerookt. Het is dus een bedrijvigheid van jawelste. Onze zintuigen worden aan alle kanten geprikkeld.
De typische vissersboten: Pirogues
In zowel Gambia als Senegal worden de typische houten bootjes gebruikt met de algemene naam Pirogue. Ze zijn van hout gemaakt en werden vroeger vaak met spatel of zeil aangedreven maar nu vooral met een buitenboordmotor. De boten zijn vaak mooi gedecoreerd met schilderingen. Tussen Banjul en Barra worden ze ook voor personenvervoer gebruikt.



We zijn ook zo’n beetje de enige toeristen die hier rondlopen en dat vraagt om aandacht. Zeker als ze in de gaten hebben dat we zo nu en dan snoepjes uitdelen aan de kinderen. Op een gegeven moment wordt het iets te druk, ook de ouderen willen snoepjes. We haasten ons dan maar naar het busje.




Paradise Beach Gambia
De rest van de middag willen we aan het strand luieren op Paradise Beach. Behalve dat het een mooi wit strand moet zijn wist ik verder niet wat ik moest verwachten. De weg er naartoe gaat over een hobbelig zandpad vol gaten. Dan komen we bij een aantal strandtent-achtige gelegenheden aan waar we op een bedje kunnen liggen. Parasolletje erbij, palmbomen en drank. Dat is uiteraard een mooie en relaxte afsluiting. Het is ook erg warm, zo warm dat mijn blote voeten het hete zand niet verdragen.

Ik loop een paar keer langs de kustlijn op en constateer dat er toch wel erg veel zwerfafval op het paradijselijke strand ligt… jammer maar het schijnt de lokale bevolking niet te storen. Het zeewater is ook niet kraakhelder, niet dat het vies is maar er zit net zoals in de Noordzee slib/alg in het water. Grappig en fotogeniek zijn de koeien die over het strand banjeren. Aan de noordzijde van het strand liggen een aantal vissersboten op het strand. Tegen het eind van de middag rijden we weer terug naar ons hotel.

Dag 7: Een lange reisdag
Vandaag gaan we weer naar huis. Met een bus worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Hier weer de gebruikelijke formaliteiten. We moeten een tijd wachten maar uiteindelijk is het vliegtuig daar en vliegen we via de Kaapverdische Eilanden, waar we een tussenstop maken, weer terug naar Amsterdam.
Praktische zaken & tips
Reisdocumenten & gezondheid
Voor een reis naar Gambia en Senegal moet je paspoort minimaal zes maanden geldig zijn na vertrek. Voor Gambia heb je voor een korte vakantie meestal geen visum nodig; voor Senegal vaak ook niet, maar controleer dit altijd voor vertrek. Aanbevolen vaccinaties zijn onder andere gele koorts (afhankelijk van je route), DTP en Hepatitis A. Ook wordt malaria-profylaxe sterk aangeraden, zeker wanneer je buiten de kustgebieden reist.
Geld & betalen
In Gambia wordt betaald met de Dalasi (GMD) en in Senegal met de CFA-frank (XOF). In toeristische gebieden kun je soms ook met euro’s terecht. Pinnen werkt niet overal betrouwbaar, dus het is verstandig voldoende contant geld mee te nemen. Fooien worden zeer gewaardeerd door gidsen, chauffeurs en personeel in lodges en hotels.
Vervoer
Taxi’s zijn overal te vinden, maar het is belangrijk om vooraf een prijs af te spreken of te onderhandelen. Houd er rekening mee dat grensovergangen tussen Gambia en Senegal soms wat extra tijd kosten. Transfers en safari-ritten worden vaak geregeld via lodges; vraag van tevoren hoe laat je vertrekt zodat je goed bent voorbereid.
Kleding & bagage
Door het warme klimaat is luchtige kleding van katoen of linnen het meest comfortabel. Omdat Gambia overwegend islamitisch is, is respectvolle kleding op sommige plekken gewenst, zoals bedekte schouders. Goede wandelschoenen zijn handig voor natuurgebieden en lodges. Een zaklamp of hoofdlamp is praktisch, omdat sommige lodges in de avond weinig verlichting hebben.
Communicatie & veiligheid
Een lokale simkaart is goedkoop en handig voor mobiel internet onderweg. WiFi is in veel lodges aanwezig, maar soms traag of beperkt. Over het algemeen zijn Gambia en Senegal veilige bestemmingen, maar gebruik je gezonde verstand. Laat waardevolle spullen liever achter in je accommodatie en neem ze niet mee naar drukke markten.
Eten & drinken
Drink uitsluitend water uit flessen en vermijd kraanwater. Probeer zeker de lokale gerechten zoals benachin, domoda en verse vis aan de kust. Let bij straateten op de hygiëne; kies plekken waar veel mensen komen en waar het eten snel wordt vernieuwd.
Tot slot
Natuurlijk hebben we maar een fractie van het land gezien en hebben we zeker niet alle hoogtepunten kunnen bezoeken maar voor een weekje vakantie hebben we wel een heel mooi beeld van dit kleurrijke land op gedaan. Wij waren al eerder in Tanzania en Zuid Afrika geweest maar dit was weer een hele andere ervaring.
Meer Afrika:

















