Rondreis Noord-Sumatra: Bukit Lawang, Berastagi, Toba-meer en Tuktuk
In mei 2026 maakten wij een rondreis door Noord-Sumatra in Indonesië, een regio die bekendstaat om haar ongerepte natuur, regenwouden en rijke Batak-cultuur. Tijdens deze reis bezochten we het beroemde Bukit Lawang, waar we de jungle introkken op zoek naar orang-oetans in het Gunung Leuser National Park. Daarnaast ontdekten we het vulkanische landschap rondom het Toba-meer en reisden we naar Tuktuk op het eiland Samosir, waar traditionele dorpen en eeuwenoude Batak-tradities nog altijd springlevend zijn. Deze reis combineerde avontuurlijke jungletochten met culturele ontmoetingen en indrukwekkende natuurgebieden.

Onze reis start op het vliegveld van Medan alwaar wij netjes opgehaald worden door het vervoer dat we via de accommodatie in Bukit Lawang hebben geregeld; het Rambai Tree Jungle Lodge aan de rand van de jungle. De rit duurt bijna 4 uur, in het begin is het vooral de stadsdrukte die ons ophoudt. In Binjai houden we pauze, dit is de laatste stad; hierna volgt alleen nog maar groen. Het is nu vooral de kwaliteit van het asfalt die tijd kost. We zien veel palmolieplantages.
Onze reisroute door Noord Sumatra
Onderstaand de kaart van onze rondreis door Noord Sumatra.

Bukit Lawang
Uiteindelijk arriveren we in de straatjes van Bukit Lawang. Onze lodge ligt aan de zuidwestkant van de rivier en daar zijn geen wegen, alleen paden. We moeten dus te voet verder via een gammele swingbridge over de Bohorok River en dan nog een paar honderd meter lopen. Gelukkig heeft onze gastvrouw Tia van ons resort iemand vooruit gestuurd om een koffer te dragen. Uiteindelijk komen we aan bij het allerlaatste verblijf, ons resort met slechts twee kamers, liggend aan de rand van de jungle.

We worden hartelijk ontvangen en installeren ons in onze kamer. Oja, hier zijn nergens airco’s, het stroomnet is ook erg instabiel. Meerdere keren per dag valt de stroom uit. Na onze installatie gaan we samen met Tia de komende dagen doornemen. Zij kan ons met alles helpen: de jungletour, een fietstocht, cooking class en zelfs vervoer via Berastagi naar Tuktuk. Ook haar kookkunsten waarderen we; we genieten van heerlijk Indonesisch eten en natuurlijk een grote fles Bintang. Voor morgen staat een jungletocht gepland met terug via een raft. Onze gids komt zich vast even voorstellen en vindt het ook wel gezellig om even bij Tia te buurten. De avond valt en een tropische bui barst los.
We schrikken wakker van apen…

Het bleef de hele nacht doorregenen. Om half zeven schrikken we wakker van klappen op het dak… het zijn apen! Zo’n tien apen springen over het dak en inspecteren onze balkons op zoek naar eten. Wij staan op en laten een bescheiden ontbijt serveren, nee even geen nasi maar gewoon een gebakken ei. De gids arriveert samen met een hulpje en zodra wij er klaar voor zijn gaan we op pad.
Jungletocht

We lopen eerst een stuk door het dorp en buigen dan rechtsaf de jungle in. De regen van de afgelopen nacht heeft nauwelijks impact op de waterstand van de rivier; de paden zijn iets modderiger en glibberig. Ik loop gewoon in een korte broek en gebruik wat spray tegen de muggen, dat gaat prima. We zien eerst wat rubberbomen die gebruikt worden om de rubbervloeistof af te tappen.

Daarna wordt de natuur wilder, alle soorten wisselen elkaar af. Meerdere groepen volgen hetzelfde pad, we zijn niet alleen. Al vrij snel is er rumoer want er zijn al orang-oetans gespot. De plek is lastig bereikbaar, erg modderig en met rotsige stukken waarover ik moet klauteren om uiteindelijk hoog in de bomen de eerste twee orang-oetans te spotten. Ik heb speciaal voor deze tocht mijn Canon EOS 250D met een 200 mm lens meegenomen, dus ik probeer de eerste foto’s van deze bijzondere aap te maken. Een echt mooi plaatje lukt niet, dus zetten we even later onze tocht voort.

De orang-oetan
De Sumatraanse orang-oetan leeft in de tropische regenwouden van het Indonesische eiland Sumatra. Deze mensaap behoort tot de meest bedreigde diersoorten ter wereld. Door ontbossing en de aanleg van plantages verdwijnt een groot deel van zijn leefgebied. Sumatraanse orang-oetans brengen het grootste deel van hun leven door in bomen, waar ze fruit, bladeren en insecten eten. Veel verweesde of geredde orang-oetans worden opgevangen in speciale rehabilitatiecentra. Daar leren ze opnieuw vaardigheden die nodig zijn om in het wild te overleven, waarna ze soms worden geherintroduceerd in beschermde natuurgebieden. Orang-oetans komen van nature alleen voor op de eilanden Sumatra en Borneo. Hun naam betekent letterlijk “mens van het bos”, afkomstig van de Maleise woorden orang (mens) en hutan (bos).
Het Gunung Leuser National Park

Even later stappen we pas echt officieel via een toegangspoort het Gunung Leuser National Park in. Het park is een van de grootste en belangrijkste natuurgebieden van Indonesië en maakt deel uit van het grotere Tropical Rainforest Heritage of Sumatra. Het gebied bestaat uit uitgestrekte regenwouden, bergen, rivieren en moerassen en biedt leefgebied aan veel zeldzame diersoorten. Het park is vooral bekend vanwege de Sumatraanse orang-oetan. Daarnaast leven er ook de Sumatraanse tijger, Sumatraanse olifant en Sumatraanse neushoorn. Door zijn grote biodiversiteit behoort het park tot de belangrijkste natuurgebieden van Zuidoost-Azië.

We stappen langs dikke bomen met lianen en door dichte begroeiing. En nee, het wemelt er niet van de slangen en grote spinnen; sterker nog, we zagen er geen één. Wel spotten we weer orang-oetans, deze keer minder hoog in de bomen en veel beter zichtbaar. Nu lukt het wel deze bijzondere aap van dichtbij op de foto te krijgen. Het zijn vrouwtjes; mannetjes hebben een heel ander postuur en gezicht.

De jungletocht is echt een klim- en klautertocht; het gaat niet over strakke wandelpaden maar echt tracks. We zien wat andere aapjes en af en toe horen we een toekan. Rond het middaguur gaan we midden op het pad op de grond lunchen. Onze gids heeft voor ons nasi goreng meegenomen en fruit. Na de lunch slingeren we verder door het woud en komen uiteindelijk bij de rivier aan.
Raften
Eén van de leuke attracties van Bukit Lawang is tubing of raften. Met een grote autoband loop je stroomopwaarts en laat je je vervolgens stroomafwaarts drijven met af en toe een stroomversnelling, de jungletaxi! Ook wij maken hier gebruik van; we zijn een stuk de jungle ingelopen en de makkelijkste en snelste manier om weer terug te gaan naar Bukit Lawang is dus de jungletaxi.

Met aan elkaar geknoopte banden en gewapend met een stuurstok (de tassen in plastic zakken gestopt) gaan we stroomafwaarts. Bij de eerste stroomversnelling krijgen we al een verfrissende golf water over ons heen. Erg leuk en avontuurlijk; na 20 minuten zijn we weer terug bij onze lodge waar we een verkoelende duik in de rivier nemen.

Dagje relaxen

Het is vandaag zondag en we hebben niks gepland staan. Na ons ontbijtje gaan we een stukje wandelen. We steken de rivier over en wandelen richting de jungle. Bij bijna het laatste guesthouse gaan we een bakkie thee drinken met uitzicht op de rivier. Hierna lopen we terug naar Bukit Lawang. In het dorp is het langzamerhand druk geworden met dagjesmensen. Veel mensen uit de stad bezoeken deze plek om te chillen, eten, baden in de verkoelende rivier en natuurlijk ook tubing met de autoband.

Wij eten nog ergens een gado gado en gaan dan terug naar onze lodge, nemen ook een duik en vermaken ons met de apen rondom ons verblijf.

Mountainbiken

Vandaag geen dag relaxen maar actie. We gaan mountainbiken door de rijstvelden en plantages. We beginnen met een klim maar daarna blijft het redelijk vlak. Al snel gutst het zweet weer aan alle kanten eruit. We volgen een stroompje water en zien hoe belangrijk deze watergang voor de mensen is: kleding wassen, mensen wassen, fruit wassen en gewassen bewateren; reden genoeg om als gemeenschap inspanningen te verrichten om de waterkwaliteit goed te houden.

We stoppen midden in de rijstvelden en even later bij de palmolieplantage.

Bij een dorpje zien we dat de op het eerste oog aangelegde tuin toch een tuin is met vele soorten struiken en bomen die vruchten opleveren zoals ananas en papaja. Daartussen lopen kippen de boel een beetje schoon te scharrelen.
Tahu, tempeh en bruine palmsuiker maken

Even later stoppen we bij een tahu-fabriekje of keuken… Hier worden sojabonen heet gestookt, vermalen en weer ingedikt tot tahu. Hierna wordt de tahu in blokjes gesneden en in vaten gedaan, klaar voor in de nasi.

Verderop wordt tempeh gemaakt. Een soortgelijk proces maar dan met fermentatie waarna een harder product overblijft.

Tahu versus tempeh?
Tahu en tempeh worden beide gemaakt van sojabonen, maar op een andere manier. Tahu (tofu) wordt gemaakt van gestremde sojamelk en heeft een zachte structuur en milde smaak. Tempeh bestaat uit gefermenteerde hele sojabonen, heeft een stevige structuur en een nootachtige smaak. Tempeh bevat meestal meer vezels dan tahu.

Op dezelfde plek waar de tempeh wordt gemaakt, wordt ook bruine suiker uit de bessen van de palmboom geproduceerd. Een bewerkelijk proces van sappen die worden ingekookt en vervolgens uitgegoten om te stollen. We proeven een stukje. De bruine suiker wordt ook in de satésaus verwerkt.

In totaal fietsen we zeker 20 kilometer en sluiten af op een mooie plek aan een dode rivierarm met noodles en een smoothie.
Cooking class met Tia
Terug in onze lodge rusten we wat uit, zwemmen wat in de rivier en maken ons op voor de cooking class met Tia. Op het menu staat gado gado met satésaus. Alle gebruikte groenten komen uiteraard vers van de markt. We beginnen met alles te schillen en te versnijden. Daarna gaan we de warme keuken in om alles te koken. De satésaus vermalen we ouderwets met de hand met een vijzel. Het resultaat is uiteraard een lekkere maaltijd en veel te veel.

Via de Sinabung Vulkaan naar Berastagi
Het wordt na drie volle dagen tijd om deze mooie plek te verlaten. We gaan naar Berastagi. Tia heeft vervoer geregeld; met een privéchauffeur rijden we een prachtige route. De weg is prima en op een gegeven moment draaien we weer richting de bergen en klimt de weg omhoog. Buiten koelt het af en de plantages gaan langzaam weer over in dichte jungle. Het weggetje wordt smal en de haarspeldbochten scherp. Een aap springt voor ons de weg over.

Karo-hoogland en de Gunung Sinabung-vulkaan
De weg leidt ons naar de Karo-hooglanden, een erg vruchtbaar en vulkanisch gebied op een hoogte van 1300 meter. Als we eenmaal de pas over zijn en op de vlakte uitkomen, duikt daar ineens de indrukwekkende Sinabung-vulkaan op. De Gunung Sinabung is een actieve stratovulkaan op ongeveer 25 kilometer van Berastagi. De vulkaan is ongeveer 2.460 meter hoog en maakte eeuwenlang een rustige indruk, maar in 2010 barstte de Sinabung onverwacht uit na ongeveer 400 jaar inactiviteit. Sindsdien heeft de vulkaan regelmatig aswolken, lavastromen en gevaarlijke pyroclastische stromen geproduceerd.

De wolkenlucht in combinatie met de vulkaan maakt het landschap erg spectaculair. Wat een verschil met de jungle. We maken een fotostop en even later stoppen we voor een lunch bij een mooi uitzichtpunt.

Fruit- en bloemenmarkten van Berastagi

De volgende ochtend gaan wij weer met onze chauffeur op pad (700.000 rp/dag). Na een bezoek aan een ATM lopen we even door Berastagi en bezoeken de groente- en fruitmarkt. Het blijven mooie plekken om het land te leren kennen en dichter bij de bevolking te komen.

Daarna bezoeken we een bloemenmarkt net buiten de stad langs de weg; er zijn er meerdere in Berastagi. Weer mooie kleurrijke plaatjes. De mensen vinden het leuk dat wij even langskomen en foto’s maken.

Van Dokan naar de Sipisopiso waterval en Tuktuk

Onze volgende stop is het dorp Dokan met een aantal traditionele Si Waluh Jabu-woningen, wat “huis met acht families” betekent. Het zijn Karo-Batakhuizen waarin acht gezinnen samen wonen, vaak tientallen mensen. De huizen staan op palen; onder de vloer werden dieren gehouden. Ze hebben een groot, hoog rieten dak onder andere voor de afvoer van rook en werden traditioneel zonder spijkers gebouwd.

We mogen bij een woning naar binnen en zien hoe deze mensen dicht op elkaar wonen en nauwelijks privacy hebben. Er zijn vier kookplekken in de woning, dus per twee huishoudens één kookplek.

Sipisopiso
Na ons bezoek aan Dokan gaan we naar de Sipiso-piso waterval. De Sipiso-piso waterval (ook wel Sipisopiso) is een van de bekendste en spectaculairste watervallen van Indonesië. Deze ligt vlak bij het dorp Tongging, aan de rand van het enorme Toba-meer. Er moet een kleine entree betaald worden voor de toegang naar de waterval.

De waterval is vooral bijzonder door zijn hoogte en ligging. Het water valt ongeveer 120 meter recht naar beneden uit een opening in een steile rotswand. Dat water komt uit een ondergrondse rivier op het Karo-plateau en stort vervolgens in de vallei richting het Toba-meer. De naam “Sipiso-piso” betekent zoiets als “als messen” of “mesachtig”, een verwijzing naar de scherpe, krachtige waterstraal die naar beneden snijdt.

We bekijken de waterval alleen vanaf de bovenzijde en gaan niet naar beneden wandelen (te heet). Ook krijgen we voor het erst een mooi uitzicht over het Toba Meer. Er zijn een aantal bekende verkoopkraampjes en eettentjes. Wij genieten van het uitzicht, lopen bovenlangs een stukje en maken foto’s. Daarna gaan we weer op pad richting de veerboot in Parapat.
Vruchtbare gronden
Na een lunch op een plek met fantastisch uitzicht over het Toba-meer rijden we richting Parapat. Onze chauffeur neemt nu even de rol van echte gids op zich. Het is erg rustig op de weg en telkens stopt hij en wijst de bosjes in: “Kijk, daar groeit kaneel!” en “Hier staat een kruidnagelboom!” Zo leren we van alles. We zien papaja, passionfruit, cacao, cassave, mango, jackfruit en gember. We spotten de baviaan en longtail-aap en op het meer zien we tilapia-viskwekerijen.

Op de boot vanuit Parapat naar Samosir

We rijden het drukke stadje Parapat in; het is duidelijk dat de ligging veel bedrijvigheid en toeristen aantrekt. Onze chauffeur rijdt ons naar de juiste kade en brengt ons naar de juiste boot. Voor 25.000 roepies worden we bij het hotel afgezet. Het is rustig op de boot; we varen van de kade af en genieten van het uitzicht.

Aan de overkant van het meer zien we echter donkere wolken samenpakken, dat voorspelt niet veel goeds. Als we midden op het water zijn begint de wind ineens stevig aan te trekken en zien we de regen voor ons al vallen. Haastig worden de zijkanten van de boot dichtgemaakt en voor we het weten zitten we in noodweer. Gelukkig zijn ze hier wel wat gewend, dus de boot vaart rustig door ondanks dat het zicht nul is. Uiteindelijk zien we dan toch schimmig de contouren van huizen opdoemen, we minderen vaart en worden uiteindelijk op de kade van ons Zoes Paradise Waterfront Hotel in de stromende regen afgezet. Snel sprinten we naar binnen, checken in en bestellen beneden loempia’s en een biertje.
Tuktuk en omgeving
Zoes Paradise Waterfront Hotel is mooi gelegen aan het water in het plaatsje Tuktuk. Het heeft een leuk zwembad met glijbaan. Op loopafstand zijn diverse bars en restaurantjes. In de avond lopen we de straat in, maar overal is het heel rustig. Er zijn nauwelijks toeristen. We strijken neer bij een pizzeria; de recensies waren goed, dus vandaag een keer geen rijst of noodles.

Ambarita
De volgende dag huren we een scooter en gaan we de omgeving verkennen. We willen geen grote tocht maken maar gewoon op eigen houtjes een beetje rondrijden. We rijden dus eerst Tuktuk rond en gaan dan naar Ambarita.

Ambarita is een traditioneel Batak-dorp op het eiland Samosir in het Toba-meer. Het dorp staat bekend om zijn rijke cultuur en historische betekenis. Vooral het nabijgelegen Huta Siallagan is beroemd: een oude nederzetting met traditionele huizen, stenen stoelen en tafels waar vroeger dorpsraden en rechtspraak plaatsvonden. De traditionele Batak-architectuur en de karakteristieke bolon-huizen bevatten eeuwenoude gebruiken en houtsnijwerk.

We parkeren de scooter en betalen entree om het museumdorp Huta Siallagan te betreden. Hier zijn wel meer toeristen te bekennen. Een grote groep is bezig met het nadoen van de traditionele dans. Wij lopen er rond en zijn blij geen gids in de arm te hebben genomen; we zien namelijk een stel met een gids die maar aan één stuk door blijft praten in gebrekkig Duits. Het stel staat er versuft bij.

Na ons bezoek rijden we naar de hoofdweg en slaan af richting een kerkje HKBP Garoga. Er staan in deze omgeving veel christelijke kerkjes in alle soorten en vormen.

We hebben mooi uitzicht op de grote Simangande Waterfall die na de regen van gisteren genoeg water voert. Je kunt er door de jungle naartoe wandelen. Wij rijden door naar Tomok.
Tomok
Tomok is een bekend toeristisch dorp op het eiland Samosir, midden in het Toba-meer in Noord-Sumatra, Indonesië. Het is een van de belangrijkste toegangspoorten voor reizigers die met de boot (en auto) vanuit Parapat komen.

Een van de belangrijkste bezienswaardigheden is het grafcomplex van koning Sidabutar, een historische Batak-heerser. De stenen tombes zijn rijk versierd met traditionele motieven en geven een goed beeld van oude Batak-tradities en begrafenisrituelen. Via een slurf vol toeristenwinkeltjes kom je bij het grafcomplex. De winkeliers proberen je van alles aan te smeren: houtsnijwerk, textiel en andere souvenirs.

Na Tomok rijden we terug naar ons hotel en aangezien het lekker weer is liggen we de rest van de dag aan het zwembad. Ook lopen we er in de avond niet meer uit, want er is toch niet veel te doen.
Terug naar Medan

De volgende dag ontbijten we waarna we ons klaar maken om door de boot opgepikt te worden. Met onze chauffeur hebben we op de kade in Parapat afgesproken; hij brengt ons samen met zijn vrouw naar Medan. De weg slingert eerst nog maar zal voor het overgrote deel een goede snelweg (tolweg) zijn. Voordat wij de snelweg oprijden passeren we een gebied waar olifanten leven, we zien ze niet. Even later stoppen we bij een orchideeënkwekerij, ook leuk om eens te zien.

Daarna rijden we in één ruk naar ons hotel in Medan. Medan is gewoon een vieze stad, niet gemaakt voor de voetganger. Het verkeer is massaal in alle vormen aanwezig en het ontbreken van verkeerslichten zorgt ervoor dat je nergens fatsoenlijk kunt oversteken. Er zijn ook weinig bijzondere bezienswaardigheden, dus heb ik het hier snel gezien. De volgende dag vliegen we naar Kuala Lumpur en nemen afscheid van Indonesië.
Meer Indonesië:
Reisverslag: Java & Bali – Noord Sumatra
Meer Azië: