Roadtrip Noord-Ierland en Donegal: reisverslag vol natuur, geschiedenis en kustroutes
Na meerdere reizen door Ierland te hebben gemaakt, kozen we deze keer voor een roadtrip door Noord-Ierland en Donegal. In dit reisverslag nemen we je mee langs ruige kustlandschappen, verlaten berggebieden, sfeervolle steden en plaatsen waar de geschiedenis nog altijd voelbaar aanwezig is.

Een reis door Noord-Ierland staat echter niet alleen in het teken van natuur en steden. Ook de geschiedenis van The Troubles is hier nooit ver weg. Wijken als de Bogside in Derry en Shankill en Falls in Belfast, ooit het decor van hevige onlusten, zijn tegenwoordig opvallend genoeg uitgegroeid tot plekken die veel bezoekers trekken.
Zelfs in Donegal, dat geografisch door Noord-Ierland wordt omsloten, merk je dat deze geschiedenis nog altijd doorwerkt in het dagelijks leven. Juist die combinatie van ruige landschappen, politieke historie en levendige steden maakt deze roadtrip zo bijzonder en afwisselend.


Kortom: een roadtrip vol contrasten, waarin natuur, geschiedenis en cultuur elkaar voortdurend afwisselen.
Noord-Ierland en Donegal
Het noordwesten van Ierland wordt gekenmerkt door uitgestrekte, ruige landschappen en een indrukwekkende kustlijn. Ook Noord-Ierland zelf heeft veel te bieden, met onder meer de Sperrins in het binnenland, de Antrim Coast Road en natuurlijk de Giant’s Causeway. Daarnaast zijn ook de steden Derry en Belfast meer dan de moeite waard.

Vertrek in oktober
Omdat we pas laat in oktober vertrokken en de weersvoorspellingen voor Ierland sowieso altijd wisselvallig zijn, hebben we tot de laatste dagen gewacht met het plannen van de reis. Omdat het vroeg donker is, is het wel zo prettig om van tevoren je Bed & Breakfasts geregeld te hebben. Vermoeid zoeken in het donker is drie keer niks.

Maar goed, het weer zag er redelijk goed uit. Zon, wolken en af en toe een buitje. In ieder geval geen langdurige regen, mist of zware bewolking waardoor geen bergtop te zien zou zijn.
Een bezoek aan Donegal stond dus vast…
Dag 1 – Op naar Letterkenny
Met de trein vertrokken we naar Schiphol. Om 13.15 uur zou ons vliegtuig van EasyJet naar Aldergrove Airport, gelegen tussen Antrim en Belfast, vertrekken. Het weer in Amsterdam was stralend, dus het beloofde een mooie vlucht te worden.


We stegen op, hadden prachtig uitzicht over onze kustlijn en vlogen, zoals onze piloot al aangaf, het slechtere weer tegemoet. In Belfast regende het namelijk en er stond ook nog eens een straffe wind. De landing was dan ook ruig. Met horten en stoten zakte het vliegtuig naar de landingsbaan. Na een erg late stuurcorrectie werd het toestel uiteindelijk netjes aan de grond gezet.

Pas op voor twee vliegvelden
Het vliegveld Aldergrove moet je niet verwarren met het City Airport midden in Belfast. Voor je het weet sta je aan de verkeerde balie voor een huurauto of zo. In tegenstelling tot Schiphol loop je hier maar 100 meter van de terminal naar de autoverhuur en binnen een half uur zaten we dan ook in de auto.
Antrim

Links rijdend natuurlijk vervolgen we onze roadtrip door Noord-Ierland en rijden we in de richting van Antrim. De wegen zijn hier goed.
Een aantal verkeersborden met daarop Londonderry, waarbij de eerste zes letters waren overschilderd, viel op. Werk van de nationalisten, oftewel de katholieken die zich bij Ierland willen aansluiten en zich verzetten tegen alles wat met het Verenigd Koninkrijk te maken heeft. Derry is door de Britten, de unionisten, veranderd in Londonderry, maar je ziet alles door elkaar. Op weg richting Cookstown zien we op veel plaatsen weer de Engelse vlag provocerend wapperen.
In Cookstown maken we een stop en scoren een ranzige hamburger in een soort voorloper van McDonald’s. We willen de Sperrins in, een heuvel- en berggebied in de noordwesthoek, maar worden in het tourist office wel gewaarschuwd voor de slechte wegen na veel regenval. We volgen nog even de A505 richting Omagh.
Aanslag in Omagh
In Omagh vond in 1998 de laatste grote aanslag plaats, met 29 doden en ruim 200 gewonden. Het doel was de vredesbesprekingen te dwarsbomen, maar de aanslag was zo bruut dat hij een averechts effect had en de besprekingen juist werden aangemoedigd.
Wellbrook Beetling Mill
We rijden niet naar Omagh, maar stoppen eerst bij de Wellbrook Beetling Mill, een watermolen die een linnenweverij aandrijft.



Beaghmore Stone Circles
Even verder slaan we bij Dunnamore af om richting de Beaghmore Stone Circles te gaan. Al deze bezienswaardigheden staan vanaf de A505 duidelijk aangegeven met bruine borden. De Stone Circles liggen in een kaal veenlandschap. Het is al knap dat ze ze gevonden hebben.


We vervolgen onze weg en slaan verderop linksaf richting Glenhull en Scotchtown. De wegen zijn goed, maar smal, en hier en daar liggen enorme plassen water op de weg. Het landschap bestaat uit glooiende weilanden, omgeven door heggen: het mooie groene Noord-Ierland. Bij Scotchtown slaan we rechtsaf richting Barnes Gap. De pas is mooi, waarna we onder de bomen door de Glenelly Valley in rijden. Hier slaan we linksaf richting Plumbridge en volgen de route naar Strabane. Het begint te schemeren, dus maken we geen stops meer.


Strabane – Noord-Ierland
Zo rustig als het op het platteland is, zo druk is het in het centrum van Strabane, waar uit alle hoeken en gaten auto’s komen. We lopen er even rond en zien de eerste mural, een muurschildering van Bobby Sands, de katholieke hongerstaker die in 1981 na 66 dagen stierf.
Bobby Sands
Bobby Sands is een van de grote helden. Hij zat vast in het beruchte H-blok van de Maze-gevangenis en streed voor een status als politieke gevangene. Zijn verhaal is verfilmd in de film Hunger. Overal in het katholieke deel van (Noord-)Ierland kom je zijn portret tegen.
We stappen snel weer in de auto om de River Foyle over te steken naar Ierland, op weg naar Letterkenny. Hier verblijven we twee nachten.
Letterkenny

We droppen onze bagage bij Mill View en wandelen de stad in voor een paar pints bier en wat eten. Als eerste lopen we de Wolf Tone Bar in. Wolf Tone blijkt een oude republikeinse nationalist te zijn die voor één verenigd Ierland was. Binnen in de pub zie je grote portretten van allerlei voorvechters van onafhankelijkheid en vrijheid, zoals Arafat, Nelson Mandela, Che Guevara, Gerry Adams en natuurlijk Bobby Sands. Vooral de mannelijke klanten maken onderling ongelooflijk veel lawaai.
Ook wel typisch: we zijn in Ierland, maar ook hier leeft het probleem van The Troubles nog. Op zich ook niet verwonderlijk: Donegal, dat deel uitmaakt van de oorspronkelijke provincie Ulster, ligt erg afgelegen, maar wel dicht bij het Noord-Ierse Derry en Belfast, zodat men zich meer richting Noord-Ierland oriënteert. Ook heeft deze streek veel geleden onder de Engelse bezetting vanaf circa 1600.
We zijn nog in een andere pub geweest waar een bandje speelde, maar het klonk niet echt geweldig.
Vandaag: 143 km
Dag 2 – Rondje Donegal via de Rosses en Slieve League

Het is zondag. We zijn lekker op tijd opgestaan en bovendien moest de klok nog een uur terug in verband met de wintertijd. Vandaag doen we een rondje Donegal in het noordwesten van Ierland.
We genieten van zo’n heerlijk ranzig ontbijt met ei, worst en spek, drijvend in het vet. Je hebt in ieder geval een bodempje gelegd.

Newmills
De tocht begint vandaag over de R250 richting de watermolen van Newmills. Deze stond stil en was lastig te bekijken. We stappen weer snel in, zien een mooie regenboog, maar het blijft droog.




Muckish Mountain en Glenveagh National Park
Via de R251 naderen we Churchill, passeren we Gartan Lough en slaan we rechtsaf. We blijven de R251 volgen. Dan verandert het landschap snel in een kale, bergachtige veenvlakte met aan de horizon Muckish Mountain. We stoppen voor een foto en merken meteen dat het weer hier even anders is dan wat we gewend zijn. Er staat een straffe wind, het is nauwelijks 5 graden en binnen no time voelen onze vingers ijskoud aan. Het belooft een gure, winderige dag te worden.

We rijden weer verder en draaien bij de ingang van Glenveagh National Park de parkeerplaats op. We lopen een stuk van de wandelroute “Natural Trail”. Vanwege het onheilspellende karakter van het weer durven we niet te ver te lopen en draaien we om. We maken nog even een foto van het meer en gaan daarna weer terug de auto in.



Een bui nadert als we op Mount Errigal aanrijden. Schuine witte regenstrepen tekenen zich af tegen de berghellingen, maar na een paar minuten is het weer helder en als we aan de voet van Mt. Errigal zijn, is het alweer opgeklaard. Vanaf de weg hebben we prachtig uitzicht over Lough Nacung en het plaatsje Dunlewey.




Dunlewey Church
We rijden verder naar beneden en rijden door Dunlewey naar de Dunlewey Church, waarvan alleen de muren nog staan. De kerk weerspiegelt mooi de ongereptheid van het gebied.

Na wat foto’s rijden we verder en beginnen we zin in een bak koffie te krijgen. Dat komt goed uit, want enkele kilometers verderop ligt de pub van de familie van Clannad en Enya. De pub ligt rechtsaf aan de R259 en dan na 200 meter rechts in een zijweggetje. Helaas was deze nog gesloten.
The Rosses
We volgen de kustroute om The Rosses heen, wat mij behoorlijk tegenviel. Overal langs de route zijn lukraak huizen gebouwd, wat het landschap er niet fraaier op maakt. In Dungloe pakken we de N56 weer op en volgen deze tot Maas, waar we de N261 oppakken en die volgen tot Ardara. We maken nog even een korte stop als we een prachtige regenboog zien boven stuifduinen die bijna in een zandstorm lijken te verkeren.



Ardara
In Ardara parkeren we netjes op de bezoekersparkeerplaats en wandelen het stadje in, op zoek naar iets te drinken. Dat valt nog niet mee: pubs verkopen geen koffie en eettentjes zitten dicht, zodat we uiteindelijk bij een zithoekje van de Spar terechtkomen en een pie wegwerken met een bak koffie.
Glengesh Pass
We rijden Ardara weer uit en nemen de tweede afslag rechts, zodat we richting de Glengesh Pass rijden. Een mooie glen met glooiende heuvels. Bovenaan is nog een parkeerplaats met een mooi uitzicht over de vallei.



Als we de route vervolgen, verandert het landschap weer in een uitgestrekt heide- en veenlandschap waarin de elementen hun sporen hebben nagelaten. Links van de weg groeit het beekje Glen langzaam uit tot een riviertje dat in An Charraig weer op zeeniveau in zee uitmondt. An Charraig is een mooi, pittoresk toeristisch plaatsje.
De kliffen van Slieve League
We volgen de route richting Teelin tot we in een scherpe bocht een bruin bord zien met afgebladderde letters: Slieve League. In de veronderstelling dat dit de weg is naar de hoogste kliffen van Europa, nemen we dit steeds smaller en modderiger wordende pad omhoog. De omgeving is prachtig en er staat een snoeiharde wind. We naderen een poort, en dat klopte met de beschrijving van de weg naar de kliffen. Uiteindelijk komen we op een parkeerplaatsje waar je volgens allerlei beschrijvingen op internet gewoon door moet rijden. Het pad begint echter gevaarlijk modderig te worden en er klopt iets niet.



Waar is Slieve League?
Dan komt er net iemand aanwandelen en we spreken hem aan. Hij legt ons uit dat dit het verkeerde pad is en dat het beter is om te draaien. Wandelend is het vanaf hier zeker een half uur, maar het is beter om de normale route te nemen.
We zaten dus op het verkeerde weggetje en rijden circa 100 meter achteruit naar beneden tot op de parkeerplaats, draaien en gaan op zoek naar de goede route. Die vinden we snel. We hadden gewoon verder moeten rijden. De afgebladderde letters bleken overschilderd te zijn; waarschijnlijk zijn er meer van die klunzen als wij naar boven gereden.
Een paar honderd meter verder staat weer een bruin bord, maar nu niet overschilderd, hetgeen inderdaad de goede weg blijkt te zijn. Alhoewel: deze weg is toch nog een hele kermisattractie met steile bulten, een poort, scherpe bochten en diepe afgronden — om duizelig van te worden. Voor één keer geef ik het advies om maar rechts te rijden in Ierland.


Gevonden
Uiteindelijk komen we op de parkeerplaats waar het inderdaad echt prachtig is. Je hebt er uitzicht over zee en op de kliffen. Je kunt kiezen voor een korte wandeling omhoog of zelfs een hele ronde. De wind is echter zo hard dat het buiten de auto behoorlijk tekeergaat. Muts op, jas tot boven dicht en dan sjouwen maar. Mooi is het schouwspel van naderende buien. De lucht is aan één zijde zwart met regenstrepen, terwijl aan de andere zijde de zon lekker schijnt. De wind blaast het water van de watervalletjes terug de kliffen op. Het schuim van de zee, een paar honderd meter lager, wordt over het pad geblazen. Kortom: ruw weer.





Na een uur rondgesjouwd te hebben begint het langzaam te schemeren. Het wordt tijd om terug te kachelen naar Letterkenny en dat is nog een hele rit.
In Killybegs worden we overvallen door een hagelbui. De weg wordt langzaam beter en gezien het tijdstip doen we Donegal niet meer aan. Gelukkig is de weg voor Ierse begrippen erg goed, zodat we toch nog redelijk op tijd terug zijn in onze B&B.
Vandaag: 240 km
Dag 3 – Derry en de Antrim Coast Road (228 km)
Vandaag hebben we weer een lange dag voor de boeg. De weersvoorspellingen zijn wederom wisselvallig, maar positief bekeken: het is niet mistig, de lucht zit niet potdicht en er valt gewoon af en toe een buitje.
Dus: let’s hit the road. Op weg naar Derry, met als het even kan — dat wil zeggen, als het een beetje goed staat aangegeven — een stop bij het stone fort Grianán of Aileach. We stoppen eerst nog even buiten Letterkenny, waar we uitzicht hebben over de inham van de River Swilly.

Grianán of Aileach

Dan rijden we verder en zien inderdaad ter hoogte van Speenoge aan de A13 een bruin bordje aan de rechterkant van de weg staan met Grianán Aileach. We volgen dit bordje rechtsaf landinwaarts, slaan na 300 meter rechtsaf waarna de weg fors omhoog klimt rondom de berg. Aan de achterzijde van de berg kunnen we nog eens linksaf slaan en vervolgen deze weg steil een paar honderd meter omhoog, tot we weer aan de voorzijde van de berg zijn en een parkeerplaats aantreffen met een infobord over het fort. Vanaf hier is het slechts honderd meter lopen.

Ook al ben je niet in historie geïnteresseerd, het uitzicht is prachtig. Het fort is goed toegankelijk en je kunt naar boven klimmen. We maken wat foto’s, keren terug naar de auto en vervolgen de N13 naar Derry. Het was zeker de moeite waard.




Londonderry / Derry

Als we in Derry aankomen, parkeren we de auto in de parkeergarage tegenover het toeristenbureau. We lopen daar eerst naar binnen en testen de gastvrijheid. “Where are the toilets?” Antwoord: “In the shopping mall on the other side of the road.” Dat is dus wel erg amateuristisch voor zo’n groot tourist office.
River Foyle



We lopen naar buiten, steken de weg over en lopen naar de oever van de Foyle. De rivier is rustig en het water glad. Dan lopen we richting het beeld “Hands Across the Divide”, dat volgens mij verbroedering moet symboliseren. Daarna sjouwen we richting de stadsmuur, lopen om de kerk heen en beklimmen de muur.
Vanaf dit punt hebben we uitzicht op het gevangenistorentje waar de vroegere onafhankelijkheidsstrijder Theobald Wolfe Tone heeft vastgezeten. Wolf Tone is nu een begrip in Noord-Ierland. Op de stadsmuur staan de kanonnen nogal dreigend opgesteld richting de omliggende woonwijken.



Bogside Derry
We lopen richting het westen, waarna we uitzicht krijgen over de Bogside. De katholieke wijk van Derry waar in de jaren 70 en 80 veelvuldig strijd werd geleverd met de “bezetters”. Het gebied werd destijds door de bevolking tot verboden gebied verklaard voor Britse militairen en protestanten. Dit resulteerde in het bloedig neerslaan van een protest op 30 januari 1972, dat als Bloody Sunday de geschiedenisboeken in ging.
Momenteel is het een nette, onderhouden buurt met indrukwekkende muurschilderingen die het roerige verleden levend houden en tegelijk een nieuwe toeristische attractie vormen. Er zijn zowel in Derry als in Belfast grote inspanningen geleverd om het niveau van de achterstandswijken op te peppen door onder meer saneringen. De spanningen tussen de bevolkingsgroepen blijven bestaan, maar beheersen in mindere mate het dagelijks leven.











Dan ontpopt zich een grote donkere regenwolk achter St. Eugene’s RC Cathedral en haasten we ons binnen de muren naar een gelegenheid om koffie te drinken. Terwijl de regen inderdaad met bakken valt, genieten we van een bak koffie en een broodje. Als even later de lucht weer opklaart, gaan we naar de auto en maken we ons op voor de Antrim Coast Road.
Antrim Coast Road


Het eerste stuk tot Coleraine houden we de hoofdweg aan. We stoppen een paar keer voor een foto, waarna we een klein uur later Portrush voorbij zijn. Deze toeristische badplaats laten we ook links liggen. We stoppen bij de White Rocks. Het is erg winderig en koud, maar een schraal zonnetje weet het wolkendek te doorbreken.
Dunluce Castle
Na wat foto’s rijden we verder naar Dunluce Castle. Hier aangekomen nadert er langzaam een bui en neemt de wind behoorlijk in kracht toe. We sjouwen hier rond; je kunt naar beneden lopen en zien dat de rots waarop het kasteel gebouwd is ook nog hol is en eigenlijk op twee poten staat. Als de bui boven ons hangt, springen we weer in de auto.



Giant’s Causeway
De volgende bestemming aan de Causeway Coastal Road is de Giant’s Causeway. De 40.000 basaltrotszuilen bedekken hier de kustlijn en steken vanuit zee omhoog. Ze hebben hierover een fabeltje verzonnen met een reus en zijn voetstappen die van Schotland hierheen overstak, maar ik houd het liever bij de geologische versie van het ontstaan.

We betalen een paar pond parkeergeld en lopen het visitor center op. Vanaf dit punt is het nog ongeveer een kilometer sjouwen naar de Giant’s Causeway. Voor de minder validen en de luie mensen onder ons kun je ook nog een busje pakken voor dit traject. Wij lopen gewoon lekker langs de kust. Het weer is rustig, maar bij de Causeway aangekomen begint het te hagelen. Gelukkig maar, want dan word je niet nat. Het geeft wel aan dat het erg koud is. Verder blijft het droog en rustig.
We beklimmen de gladde zuilen, waar je echt moet oppassen om niet uit te glijden. Iedereen wacht netjes zijn fotomoment af door om de beurt op de zuilen te klimmen. Ik loop nog naar de punt van de Causeway, waar de zee er vol op beukt, en maak met mijn rug naar de zee een panoramafoto van het geheel. We lopen nog even langs de hoge zuilen en hebben het dan wel gezien.







Carrick-a-Rede Bridge, dus niet
Bij de Carrick-a-Rede Bridge stoppen we even. Er wordt entree geheven en het is nog een behoorlijk stuk lopen, dus rijden we maar door.
Antrim Coast Road verder
We nemen de A2, de Antrim Coast Road. Het eerste stuk tussen Ballycastle en Cushendun ligt de weg van de kust af. Vooral het laatste stuk is erg mooi: schrale veen- en heidevlakten, gevolgd door een fraaie afdaling. De weg is rustig, erg mooi en we rijden door tot Larne. Hier steken we via de A8 binnendoor naar Belfast.
Belfast
Het begint te schemeren en in het donker al linksrijdend de weg zoeken lukt aardig, al moeten we in verband met eenrichtingswegen wel een stuk omrijden. Onze B&B Helga Lodge ligt aan de Golden Mile, het uitgaansgebied tussen het centrum en de universiteit. Met geluk parkeren we precies voor de deur. Gezien de prijs heb ik geen hoge verwachtingen en dat klopt: de kamer is erg tochtig en verwaarloosd. Het ligt wel op loopafstand van het centrum.


Nadat onze koffers uitgepakt zijn, gaan we te voet op pad naar het centrum. We doen meteen maar even The Crown aan. We zijn dorstig en in deze prachtige monumentale pub is dat geen probleem. De pub zit vol glas-in-lood, geglazuurd aardewerk en ornamenten.
Na een paar biertjes sjouwen we verder op zoek naar eten. We lopen om de prachtige City Hall heen. Het valt op dat er veel mooie architectuur is, in tegenstelling tot Dublin. Er zijn hier niet echt knusse eettentjes te vinden, dus sjouwen we terug naar de Golden Mile, waar we een echte Chinees vinden. De tent zit ook vol met Chinezen, een goed teken. We boeken nog even een Black Cab Tour voor morgen en dan is het mooi geweest en gaan we pitten.
Dag 4 – Belfast en de Black Cab Tour
De volgende morgen krijgen we een goed ontbijt van de uitbater van Indiase/Pakistaanse afkomst. Om 9.00 uur rijdt onze rode “black cab” voor. Voor slechts 20 pond worden we anderhalf uur rondgereden door de gids, die tevens chauffeur is. De tocht gaat met name door de probleemwijken van West Belfast, zoals het gebied rond Falls Road en Shankill Road.



We stoppen eerst bij Hotel Europa, dat meer dan dertig keer het doelwit van een aanslag was. Het verhaal hierachter is dat ieder akkefietje door de in het hotel logerende journalisten meteen de nodige aandacht kreeg. We draaien linksaf richting Falls Road, steken de snelweg over en gaan meteen rechtsaf richting de eerste “gate” door de Peace Wall om aan de protestantse zijde, die van de unionisten, in het Shankill Road-gebied te komen.









Vroeger bestond West Belfast uit meerdere enclaves van katholieke en protestantse wijken door elkaar, maar deze “eilandjes” zijn weggesaneerd en wat rest zijn twee wijken met één grote muur ertussen: de Peace Wall. In de muur zitten poorten, waarvan de meeste tussen 18.00 en 6.00 uur gesloten zijn. Het verhaal is dat men vroeger even snel een bommetje kon gooien en dan vrij snel weer naar de veilige thuishaven kon vluchten. Doordat de vluchtweg nu te lang is, wordt het riskanter om acties uit te voeren.
Onze gids wrijft er nog even in dat Willem van Oranje de veroorzaker van het conflict hier is. De Britten, de protestanten, zijn hier van oorsprong de bezetters en onderdrukten de katholieken. In onze ogen is het allemaal vrij kinderachtig, maar daar denken ze hier anders over. Haat zit diep door leed en verlies. De scheiding van de bevolking zie je overal terug, van voetbalclubs tot werkgevers en kroegen. Het vereren van helden, meestal doden, middels immense muurschilderingen, murals, is iets wat ons vreemd overkomt. Buiten West Belfast zijn er nog kleine probleemwijken, maar op veel plaatsen leeft men ook gewoon naast elkaar. De welvaart heeft wel voor verbetering gezorgd.







Ook wordt onze indruk bevestigd dat het politieke conflict steeds meer is afgegleden naar een soort maffiaoorlog tussen rivaliserende drugbendes, afpersingen, beschermgeld en ordinaire afrekeningen. Onderling wordt net zo veel gemoord als tussen beide partijen.
Het weer heeft zich inmiddels aangepast aan de trieste situatie: het regent en er valt natte sneeuw. We lopen een rondje in een wijk. Op de schilderingen na is het een gewone, vrij nette wijk. Daarna rijden we langs de Peace Wall op en passeren het hek weer om aan de katholieke zijde te komen. We stoppen even bij het hoofdkantoor van Sinn Féin en bekijken nog een grote mural waarin Castro, Bush en Che Guevara een rol spelen.







Onze Black Cab Tour is ten einde en we laten ons in de stad afzetten. Het klaart op en na het scoren van een bak koffie is de lucht strakblauw. “Four seasons in one day!” De heuveltoppen rondom de stad zijn wit besneeuwd. Dus nemen we het er nog even van en sjouwen we nog wat door de stad.
Het centrum van Belfast






Het parlementsgebouw
Aangezien we niet voor de winkeltjes komen, gaan we rond de middag naar de auto en rijden we naar het parlementsgebouw, even ten zuiden van de stad. Het gebouw is niet bijzonder mooi, maar wel groots aangelegd met een oprijlaan van één mile. We lopen er een rondje, maar er valt niets te beleven.



Belfast Castle
Daarna rijden we richting Cave Hill, dat aan de noordzijde van de stad ligt. Aan de voet van Cave Hill ligt Belfast Castle, een kasteel dat zich kenmerkt door allerlei afbeeldingen van katten. Voor de beklimming van de heuvel zelf is geen tijd meer. Overigens is die klim wel de moeite waard vanwege het mooie uitzicht.



Wij rijden nog een stukje terug naar de wijk Old Park, waar we bij de Subway nog een flink stuk brood scoren. Tussen de licht besneeuwde heuvels door rijden we via de A52 richting het vliegveld en genieten toch nog even van het uitzicht over de stad.

Toch nog 51 km…
Meer Ierland: