10 dagen Mexico oostkust – reisroute, tips & hoogtepunten
In dit reisverslag neem ik je mee op onze 10-daagse roadtrip langs de oostkust van Mexico, van de Caribische stranden bij Playa del Carmen en Tulum tot indrukwekkende Maya-ruïnes in Cobá en Chichén Itzá en het laid-back eiland Isla Holbox. Deze reisroute combineert natuur, cultuur, culinaire ontdekkingen en relaxte stranddagen. Onze reis vond plaats in oktober 2024; het regenseizoen.

Met een directe vlucht vanaf Amsterdam vliegen naar Cancun aan de oostkust van Mexico waar wij aan het einde van de middag landden. We zijn vlot door de douane heen, we hebben namelijk geen visum nodig, dus staan we al snel bij het verhuurbedrijf Europecar om de auto op te pikken. Ook dit verloopt soepel en binnen een uur nadat we geland zijn, zijn we al onderweg naar Playa del Carmen. Het is wel even wennen aan de nieuwe auto, de wegen en het rijgedrag van de Mexicanen maar we passen ons snel aan.
Dag 1–3: Playa del Carmen & omgeving
Na een uurtje rijden komen we Playa del Carmen aan en rijden naar ons hotel Singular Dream Beach Residences, één blok verwijderd van de zee. We kunnen de auto in de parkeergarage zetten, checken in en gaan naar onze kamer.

Het is inmiddels donker geworden en tijd voor een hapje eten. Ook valt er net een buitje regen… we pakken het eerste fatsoenlijk uitziend restaurantje en bestellen onze eerste tortilla’s en taco’s. Het tijdsverschil bedraagt -7 uur dus is het voor ons gevoel al na middernacht, en gaan we ‘vroeg’ naar bed.

Uiteraard vroeg wakker, dus besluit ik net voor zonsopkomst even naar de zee te wandelen en warempel ben ik niet alleen. Zeker een 50-tal mensen is al op het strand om van de zonsopkomst te genieten, te mediteren of te ontbijten. Wij hebben niet veel op het programma staan vandaag.
La Quinta Avenida / 5th Avenue Playa del Carmen
La Quinta Avenida is een lange winkelstraat in Playa del Carmen, parallel gelegen aan de kustlijn. Na ons ontbijt lopen we door deze kaarsrechte straat van 1,5 kilometer, vol met toeristenwinkeltjes, restaurants, touroperators en wisselkantoortjes. Er zijn leuke winkeltjes maar ook veel zooi. Om de haverklap worden we aangesproken; “Amigo!”, “Hello, where are you from?”, “Need a tour?”, “Want to buy this?”. Het gaat eindeloos door. In het begin reageren we vriendelijk, maar al snel worden we botter en lopen strak door. Het is laagseizoen: veel aanbod en weinig klandizie, en daardoor zijn wij telkens de klos. Quinta Avenida eindigt (of begint) bij Parque Los Fundadores, waar het kerkje Capilla de Nta Señora del Carmen staat. Verderop, aan de kustlijn, staat het indrukwekkende kunstwerk Portal Maya en vind je de grote letters Playa del Carmen.




In deze buurt wil men ons overal boottickets verkopen om naar het eiland Cozumel te gaan. De boten vertrekken vanaf de nabijgelegen pier. Cozumel is een populaire bestemming om te snorkelen en rond te rijden… zo ook voor vier grote cruiseschepen die hier aanmeerden. Voor ons een reden om dit tijdens onze reis over te slaan.

Via het strand lopen we terug en strijken neer op een handdoekje onder de palmbomen. We zijn trouwens van mening dat het water vies is: het stinkt en het is niet helder. In de avond eten we bij een typisch Mexicaans restaurant, dat zich kenmerkt door vooral vaak harde livemuziek.

Cenote Garden of Eden
De volgende dag gaan we op pad; we besluiten een cenote te bezoeken. Cenotes zijn populair bij toeristen, dus google ik wat om een mooie maar minder populaire en rustige cenote te vinden. Het wordt de Garden of Eden, 25 kilometer ten zuiden van Playa del Carmen aan de oostkust van Mexico.

Cenotes
Een cenote is een natuurlijk verdiept meertje of zelfs ondergronds die meestal wordt aangetroffen in kalksteenachtige gebieden, zoals in Yucatán en Quintana Roo. Cenotes ontstaan vaak door het instorten van de bovenste laag van de kalksteen, waardoor een grot of een open waterlichaam ontstaat. Ze zijn vaak verbonden met een netwerk van ondergrondse rivieren en worden gekenmerkt door helder, zoet water. Cenotes zijn belangrijk voor de lokale ecologie en cultuur; ze werden vaak door de Maya’s gebruikt voor rituelen en als waterbron. Tegenwoordig zijn ze populaire bestemmingen voor toeristen die willen zwemmen, duiken of gewoon genieten van de natuurlijke schoonheid.
Via een onverharde weg door de mooie jungle komen we na een dikke kilometer aan bij een vervallen huisje en een gammel hek. Er staat een bord bij: “Yes we are open!”, om te benadrukken dat de boel niet zo gesloten en vervallen is als het eruitziet. En inderdaad: achter het stoffige glas van het huisje zit iemand tickets te verkopen en de poort te bedienen. We betalen zo’n 300 pesos per persoon, waarna de poort naar de Garden of Eden geopend wordt.



We rijden nog een paar honderd meter door en parkeren de auto. Grote hagedissen (een soort leguanen) en mooie vogels springen in het oog. Wij springen in het oog bij een soort badmeester die ons direct de spelregels uitlegt: douchen en geen zonnebrandcrème gebruiken. Verder mag zo’n beetje alles.

We douchen eerst bij wederom een op instorten staand, vies gebouwtje, waarna we tussen de mooie begroeiing afdalen naar de cenote en een heerlijke duik nemen in het heldere water. Slechts twee andere zwemmers liggen in het water. Al snel zien we vissen zwemmen en schildpadden… erg leuk. Ook vermaak ik mezelf door van een rots te springen. Het is een heerlijke plek.
Na de zwempartij rijden we terug naar Playa del Carmen, lunchen er en brengen de rest van de middag door op het strand.

Dag 4–5: Tulum en cenotes
We pakken de koffers weer in en rijden richting Tulum. De weg is goed: twee keer twee banen en veelal recht. Met een uur rijden zijn we bij ons hotel. Tulum Pueblo ligt 2 kilometer landinwaarts; Tulum Beach met de mooie stranden ligt aan zee, aan de oostkust van Mexico. Ons hotel Naala Tulum ligt aan de rand van Tulum Pueblo. We worden vriendelijk ontvangen en krijgen twee mooie kamers. Daarna begeven we ons naar het dakterras met zwembad.




In de middag besluit ik een fiets te huren en samen met onze Luc Tulum Pueblo in te fietsen. We zien mooie muurschilderingen, de markthal en strijken neer op een terras.
Op naar het paradijs
De volgende ochtend genieten we van het ontbijt, waarna we de fiets pakken en richting het strand fietsen. Het idee: makkelijker stoppen als we iets leuks zien en geen gedoe met parkeren.

Via een fatsoenlijk fietspad komen we bij de zee uit, waar de kust nog wat rotsachtig is. Hierna loopt de weg weer een stukje landinwaarts, achter alle beachclubs langs. De meeste insta-hotspots zoals je die op internet vindt, zijn inmiddels verplaatst of weggehaald. Best wel een tegenvaller, want er zaten wel een paar leuke spots tussen. Bij Lula’s restaurant parkeren we de fietsen en lopen naar het strand… de mond valt open… zo mooi.

We nemen een plekje bij de strandtent, waarna we over het spierwitte zand naar het glasheldere water lopen en een duik nemen. Prachtige palmbomen sieren de kustlijn. Ik loop eens een kilometer naar het zuiden voor mooie plaatjes en later nog eens naar het noorden langs de ‘clubs’.
Laguna’s en dan toch regen
Een nieuwe dag: vandaag willen we de Laguna de Muyil en de Laguna de Kaan Luum bezoeken. De lucht is zwaar bewolkt; hopen dat het opentrekt. Bij Laguna de Muyil is een natuurwandelpad en kun je boottochten maken. Nu blijkt dat men de ingang aan het verbouwen is en het pad is afgesloten. Er is alleen een hobbelige weg die ernaartoe gaat. Met de auto durf ik het niet aan en te voet… het begint te regenen… Dus rijden we maar weer terug naar de Laguna de Kaan, maar eenmaal op de parkeerplaats aangekomen komt de regen er met bakken uit. We wachten even, maar de lucht zit potdicht. We besluiten dan maar naar de ruïnes van Tulum te rijden; daar is een soort winkelcentrum en zolang het regent kunnen we daar rondhangen.
Ruïnes van Tulum
Een hotspot waar veel mee geadverteerd wordt bij touroperators zijn de ruïnes van Tulum. Bij het oprijden van het terrein beland je dan ook in een soort toeristenfuik. Overal staan mannetjes naar je te zwaaien en willen fungeren als gids. Wij negeren alles, rijden door de slagboom en parkeren de auto. Ondertussen vallen de laatste druppeltjes regen en breekt de zon weer voorzichtig door. We nemen eerst een bak koffie bij de Starbucks, waarna we op pad gaan.

De ruïnes liggen in het natuurpark Parque del Jaguar. Om binnen te mogen moeten we eerst entree betalen, waarna we een polsbandje krijgen en langs de beveiliging moeten. Tassen worden gecontroleerd op de aanwezigheid van sigaren, drones en plastic flessen; die mogen niet mee. Dit bandje heb je trouwens ook nodig als je naar Playa Paraíso wilt. Dus zonder water op zak wandelen we het park in.

Alles is hier gericht op grote bezoekersaantallen. Eenmaal bij de ruïnes aangekomen moeten we nog een keer entree betalen, nu voor de ruïnes zelf. We lopen het park in met prachtige begroeiing. We passeren een soort poort in de muur en komen op het binnenterrein uit, met de vele ruïnes die nog in opmerkelijk goede staat zijn.


De Maya ruïnes van Tulum
De ruïnes van Tulum, gelegen aan de Caribische Zee in Mexico, zijn een goede getuigenis van de Maya-beschaving. Deze oude stad, die tussen de 13e en 15e eeuw floreerde, staat bekend om zijn indrukwekkende architectuur en strategische ligging boven kliffen. De goed bewaarde tempels, zoals de Tempel van de Windgod, bieden een fascinerend kijkje in de spirituele en culturele levensstijl van de Maya’s. Je kunt heerlijk wandelen door de ruïnes terwijl de oceaanbries waait.

Het is een mooie plek om rond te wandelen. We zien diverse gebouwen en El Castillo met de typische traptreden naar boven. Er zijn leuke uitzichtpunten over zee.

Aan de zuidzijde zijn twee uitgangen: de ene gaat naar zee en de andere terug naar de ingang. Wij pakken deze laatste.

Playa Paraíso
Na ons bezoek aan de ruïnes willen we nog even naar Playa Paraíso en de nabijgelegen stranden. We konden dit vanaf de ruïnes bezoeken, maar pakken de auto en rijden om, om vanaf de zuidzijde het park in te rijden. De auto wordt bij de toegang tot het park gecontroleerd. De drone in de kofferbak mag niet mee… balen, want nu moeten we eerst terug naar het hotel. Terug bij de ingang mogen we dan wel erin. De plastic flessen water op de achterbank worden niet gezien. We rijden het park in en parkeren op een parkeerplaats. Vreemd genoeg ligt hier zwerfafval. Je zou zeggen: als ze zo streng zijn, zou de parkeerwachter de boel schoon houden.


We lopen het strand op waar diverse vissersboten liggen. Hier willen we op zoek naar die insta-spot met de mooie schuine palmboom. We vinden de palm, maar deze is op sterven na dood.

Ik duik nog even de zee in, waarna we terug naar de auto gaan en naar ons hotel rijden.
Dag 6: Cobá-ruïnes
Het wordt tijd om het binnenland in te gaan. Rondom Tulum is nog wel genoeg te zien, maar daar hebben we niet genoeg tijd voor. We rijden zo’n 50 kilometer naar het westen richting Cobá. Hier ligt een hele verzameling van circa 43 ruïnes, deels nog half begroeid, in de jungle. Ook is er een grote ‘piramide’ die je volgens berichten nog mag beklimmen.

We komen bij het meer Laguna Cobá uit en rijden links naar de parkeerplaats. We rijden langs meneer de parkeerwachter en kopen een parkeerkaartje. Vervolgens worden we weer door verschillende gidsen bescheiden benaderd of ze ons mogen rondleiden. We willen dit gewoon op eigen houtje en in ons eigen tempo doen, dus bedanken we vriendelijk. Na het betalen van de entree komen we direct bij de eerste groep ruïnes uit: de Cobá-groep. Er is een oud balspeelveld en de Iglesia.
Fietsen
Aangezien het terrein vrij groot is besluiten we fietsen te huren. Je kunt het lopen en je kunt je ook in een soort ‘becak’ laten rondrijden. Fietsen dus. Over het glibberige modderpad fietsen we daarna onder de bomen door. We beginnen achteraan bij de grootste tempel, Nohoch-Mul. Hier zouden we op mogen klimmen, maar een hekje maakt duidelijk dat het niet mag. We doen ons best de mooiste foto te maken en fietsen dan weer terug.

De oude Maya stad Coba
De ruïnes van Coba, gelegen in het tropische regenwoud, zijn een fascinerende getuigenis van de Maya-beschaving. Deze oude stad bloeide tussen de 6e en 10e eeuw na Christus en staat bekend om zijn indrukwekkende piramides, waaronder de beroemde Nohoch Mul, die bijna 42 meter hoog is. Bezoekers kunnen (konden) deze piramide beklimmen voor een panoramisch uitzicht op de omliggende jungle. Coba onderscheidt zich ook door een netwerk van oude wegen, of ‘sacbe’, die verschillende delen van de stad met elkaar verbond. De site biedt een unieke blik op de geschiedenis en cultuur van de Maya’s.
We stoppen bij weer een soort piramide: het Observatorio Astronómico de Cobá.

Daarna komen we uit bij een speelveld voor het Maya-balspel: poktatoc.

Weer een heel stuk fietsen komen we bij een volgende verzameling ruïnes: de Grupo Macanxoc.

Dan begint de lucht donker te worden: het middaguur nadert en de wolken zijn al dik genoeg om de eerste druppels te laten vallen. We fietsen snel terug naar de ingang, alwaar we net op tijd onderdak vinden als de wolkbreuk losbarst. Gelukkig staat hier een restaurant, Ki-Hanal, met een lopend buffet gericht op de groepen toeristen die hier komen. We kunnen voor een mooie prijs aansluiten. Na het eten lopen we nog even naar het meertje Laguna Cobá waar krokodillen moeten zitten. We zien er geen één.

Hierna rijden we door naar Valladolid op zoek naar onderdak. Uiteindelijk wordt het hotel Puerta Chichén in Pisté, vlak bij de beroemde ruïnes van Chichén-Itzá.
Dag 7: Chichén Itzá
Een “must visit” als je voor een strandvakantie aan de oostkust van Mexico bent (of wat dan ook in de buurt bent), zijn toch wel de ruïnes van Chichén-Itzá. Je kunt met allerlei vormen van dagtours vanaf de kust bij Playa del Carmen, Cancun of Tulum hiernaartoe. Er wordt nu zelfs een spoorlijn door de jungle aangelegd met een groots station om de mensen hiernaartoe te brengen. Wij sliepen vlakbij en met de auto was het de volgende ochtend slechts 3 minuten rijden. Als we bijna bij de hoofdingang zijn staan verschillende mensen naar ons te wuiven voor alternatieve parkeerplaatsen en gidsen. Ze springen gewoon voor de auto. Allemaal prima, maar voor die paar euro staan wij liever op de officiële parking. Onze koffers liggen immers in de auto.
De ruïnes van Chichén Itza
De ruïnes van Chichén Itza, een UNESCO Werelderfgoed, zijn een van de bekendste archeologische vindplaatsen van de oude Maya-cultuur. Gelegen in Yucatán, floreerde de stad tussen de 7e en 10e eeuw. Chichén Itza was een belangrijk religieus, politiek en economisch centrum. Bezienswaardigheden zijn onder andere de Piramide van Kukulcán (El Castillo), het balspelveld, de tempel van de krijgers en de observatietoren El Caracol. De stad is beroemd om zijn indrukwekkende architectuur en ingenieuze astronomische kennis, zoals de nauwkeurige afstemming van de piramide op de zon tijdens de equinoxen.

Bij de ingang wederom veel gidsen… we moeten twee soorten kaartjes kopen: eenmaal voor de ruïnes en eenmaal als bijdrage voor de locals. Het is niet druk, er staat geen rij, dus dit gaat lekker vlot. Maar daarna moeten we door de beveiliging, alwaar mijn GoPro als verboden object niet mee naar binnen mocht. Idioot: een telefoon mag wel, want dat is dus een telefoon en geen camera. Ik sprint snel terug naar de auto om hem weg te leggen, waarna ik wel naar binnen mag.

Als eerste lopen we direct naar de blikvanger: El Castillo, de Piramide van Kukulcán. Het is nog rustig, dus kunnen we foto’s maken zonder al te veel andere mensen erop.
El Castillo – de Piramide van Kukulcán
De piramide was gewijd aan de god Kukulcán, de gevleugelde slang, en diende als astronomisch observatorium en tempel. Het heeft vier trappen van elk 91 treden, die samen 365 treden vormen, wat overeenkomt met het aantal dagen in een jaar. Tijdens de lente- en herfst-equinoxen werpt de zon een schaduweffect dat lijkt op een slangenfiguur die langs de trap naar beneden kruipt. Deze indrukwekkende piramide is een meesterwerk van Maya-architectuur en astronomie.

Irritante verkopers
Verbazingwekkend is de hoeveelheid kraampjes en verkopers van bijna allemaal dezelfde toeristische prullaria. Minstens 200, misschien wel meer. Ze verkopen onder andere fluitjes en brulaap-toeterfluitjes. Overal hoor je steeds weer die domme geluiden om aandacht te trekken voor hun handel…

We lopen het terrein rond, stoppen bij de diverse tempels en lezen de informatieborden. Zo steken we toch wat op, maar je moet wel een goed geheugen hebben (of een foto maken van het bord).
Een grote bezienswaardigheid is het balspeelveld. Het is veel groter dan bij Cobá.

Ik wil zeker ook nog even naar El Caracol, oftewel het Slakkenhuis. Dit is één van de eerste observatoria (vermoedelijk) waar de Maya’s de sterren bestudeerden.

We hebben aardig wat gelopen en rond 12 uur strijken we neer op een terras om wat te drinken en een tosti. Het is inmiddels erg druk geworden en als we eruit lopen komen we nog hele hordes bezoekers tegen.
Zware regenval
De namiddag is bedoeld om richting Holbox te rijden. Het eilandje ligt ongeveer 200 kilometer naar het noordoosten. Net als gisteren dreigt het weer op regen uit te draaien, maar voorlopig is het droog. We rijden via de tolweg door de jungle richting Cancun en het schiet zo lekker op. Er zijn wel erg weinig afritten en al helemaal weinig tankstations. Mijn tankmeter hangt links in de hoek, het lampje brandt al even en er komt maar geen tankstation. Gelukkig eindelijk de afrit waar ik aan de dame in het tolhuisje naar het dichtstbijzijnde tankstation vraag… nog 12 kilometer in El Ideal. Oef… ik heb nog 24 kilometer op de teller, dat moet kunnen. Ondertussen zijn de sluizen losgetrokken en komt het met bakken naar beneden. De weg staat in no time blank en door de regen bereiken we dan toch het tankstation… rust en 45 liter benzine rijker!

Nu moeten we nog een kleine 70 kilometer over een minder goede weg naar het noorden rijden, nog steeds in de stromende regen. Het is dan wel zo fijn dat er een auto voor mij uit rijdt: enerzijds om de gaten in de weg te ontdekken en te kijken of hij niet wegdrijft in de diepe plassen, anderzijds om de tegenliggers af te remmen. En zo slingeren we om plassen en kuilen naar Chiquila.
Chiquila en een krokodil
Hele stukken weg staan al blank, maar ik geloof erin dat als we in de haven van Chiquila aankomen het wel droog zal zijn. En zo gebeurt het ook… de plassen zijn er nog, maar van boven valt niets meer. Behoorlijk moe van de inspannende rit parkeren we in de haven en gaan te voet naar de pier. Overal worden bewaakte parkings aangeboden. Om het hele uur gaat een veerboot.

We trakteren onszelf op chips en bier als er plotseling een krokodil door de haven zwemt. Oeps… is dit het paradijs met witte stranden waar we willen gaan zwemmen? Men zegt dat het allemaal onschuldig is; we zullen wel zien of we op het eiland opgegeten worden. Even later stappen we op de boot. Het wordt al donker en in een half uurtje varen we naar Holbox.
Dag 8: Isla Holbox
Isla Holbox staat bekend om de instagrammable plaatjes van witte stranden en blauwe luchten. Als wij aankomen is het donker en blijkt dat alle straten al weken onder water staan door de hurricanes en het regenseizoen. Ons hotel Casa Bárbara Holbox ligt op loopafstand, dus we maken geen gebruik van de buggy-taxi’s die makkelijk door de plassen kunnen rijden. Ik duik nog even in het zwembad, waarna we gaan eten.




De volgende ochtend schijnt de zon en belooft het een mooie dag te worden. We hebben maar één dag hier, dus gaan we na het ontbijt snel op pad. Het is rustig op het kleurrijke eiland als we naar de kustlijn lopen en bij het Holbox-sign uitkomen. De L is ter ziele, dus vul ik het gat maar op.


Het strand heeft er flink van langs gehad tijdens de recente storm. Er is veel bruin zeewier aangespoeld. Het nodigt niet uit om te gaan zwemmen en we komen ook niet bij de instagrammable fotolocaties uit.




Na een kleine 2 uurtjes wandelen trekt de lucht toch weer dicht en begint het te regenen. We strijken snel neer op een leuk terrasje en genieten van de relaxte locatie en de rust. Omdat het geen echt strandweer is, gaan we terug naar de haven en pakken de boot terug naar het vasteland.
Dag 9–10: Cancun & afsluiting
Vanuit de haven van Chiquila rijden we weer terug naar de tolweg. De grote plassen zijn nog steeds niet verdwenen en op sommige plekken zijn ze wel 15 cm diep en een paar honderd meter lang. Maar uiteindelijk bereiken we de hoofdweg en rijden naar Cancun aan de oostkust van Mexico via de Zona Hotelera. Zona Hotelera is een strook grond vol hotels, resorts, restaurants, clubs en shops op een smalle landtong tussen lagunes en de zee. Achter de lagunes ligt de stad Cancun waar veelal de werknemers wonen die in de resorts werken. Wij hebben een appartementje bij Ocean Dream gehuurd, vlak bij het uitgaanscentrum van de Zona Hotelera, met fantastisch uitzicht vanaf ons balkon over zee.

Alles draait hier om toerisme…

De grote neonbillboards moeten ons doen geloven dat we in Las Vegas zijn. We duiken de zee in, die erg wild is, en gaan in de avond uit eten bij het leuke Mexicaanse restaurante Mextreme, met grappige shows tussendoor.


De volgende dag moeten we de koffers inpakken voor ons vertrek in de namiddag. Gelukkig kunnen we nog bij het zwembad en restaurant van het complex blijven. Ik wandel wat over het strand en geniet van de laatste zonneschijn aan de oostkust van Mexico.

Naar huis
Halverwege de middag is de zon bijna weg en rijden wij naar het vliegveld. We leveren de auto in, alwaar blijkt dat de bumper toch wat schade heeft. In het begin van de avond vliegen we weer naar huis.
Praktische tips
Huurauto en vervoer
Een huurauto is de meest flexibele manier om de oostkust van Mexico te verkennen. De wegen in Quintana Roo en Yucatán zijn over het algemeen goed en duidelijk aangegeven. Huur bij voorkeur een auto met volledige verzekering en controleer bij het ophalen op bestaande schade: film de auto vooraf rondom en zoom in op bestaande schade. Houd onderweg rekening met topes (verkeersdrempels), vooral bij het binnenrijden van dorpen.
Beste reistijd
De beste periode voor een roadtrip langs de oostkust van Mexico is van november tot en met april. In deze maanden is het droog, warm en aangenaam. Van juni tot en met november is het regenseizoen en ook het officiële orkaanseizoen, met de grootste kans op zware regen en stormen in september en oktober.
Geld en betalen
In toeristische plaatsen kun je vaak met creditcard betalen, maar voor cenotes, kleinere restaurants en parkeerkosten is contant geld noodzakelijk. Neem Mexicaanse peso’s mee in plaats van Amerikaanse dollars; dat is vrijwel altijd voordeliger. Pinautomaten zijn ruim aanwezig in grotere steden zoals Playa del Carmen, Tulum en Valladolid.
Bezoek aan cenotes
Ga vroeg op de dag naar cenotes om drukte te vermijden. Draag bij voorkeur biologisch afbreekbare zonnebrand, omdat veel cenotes hier streng op controleren. Vaak is het verplicht om vooraf te douchen voordat je het water in mag. Waterschoenen zijn handig vanwege gladde of rotsachtige ondergronden.
Veiligheid en gezondheid
De oostkust van Mexico is over het algemeen veilig om zelfstandig te bereizen, zeker met een huurauto. Laat geen waardevolle spullen zichtbaar in de auto liggen en parkeer op officiële parkeerplaatsen. Drink bij voorkeur geen kraanwater en gebruik flessenwater, ook bij het tandenpoetsen.
Wat neem je mee?
- Luchtige kleding en een hoed of pet
- Goede zonnebrand (reef-safe)
- Waterschoenen voor cenotes
- Een snorkelset (scheelt huurkosten)
- Offline kaarten (bijv. Google Maps of Maps.me)
Fooi en lokale gebruiken
Fooi geven is gebruikelijk in Mexico. In restaurants is 10–15% fooi normaal als deze niet al op de rekening staat. Bij tankstations en parkeerplaatsen wordt vaak een kleine fooi verwacht voor de service.