Rondreis Australië | Route, Highlights & Reisverslag
Reisverslag uit mijn dagboek van de wereldreis die we maakten waarbij we 6 weken door Australië rondtrokken met een rugzak. We legden 12.000 kilometer af, liftend en met de bus, bezochten o.a. Sydney, de Great Ocean Road, Ayers Rock en de Great Barrier Reef. We kampeerden in het wild of op een camping en verbleven bij familie en kennissen.
Aankomst Sydney en route
Donderdag 22-4-1993 Sydney 21.00h – Australië dus; na een rustige vlucht vanuit Nouméa, Nieuw Caledonië naar Australië, met veel eten en drank landden we dus in Sydney. Vanuit het vliegtuig was goed te zien dat in de buitenwijken het zwembadbezit hoger dan 50% was. Zonder problemen over mijn pakje boter passeerden we de douane. Op het vliegveld werden we opgepikt door de mensen van de “Backpackers” hostel.

Sydney
Na de koffers gedumpt te hebben zijn we meteen de stad (downtown) ingedoken. We waren behoorlijk nieuwsgierig wat er schuil ging achter deze imposante skyline. Veel moderne wolkenkrabbers, verkeer en Chinezen waren het stadsbeeld. oneindig veel winkels en winkelcentra. Maar het mooiste was natuurlijk het wereldberoemde “Opera House” met de gigantische “Harbour Bridge” op de achtergrond. We hebben zelfs nog even een kijkje binnenin genomen tijdens de pauze van een concert.








Verder liep er een monorail door het centrum en hebben we goed Chinees gegeten. Voor $4,50 mochten we het bord zo vol laden als we konden. Nou, wij ingenieurs bouwden wel even een toren op onze borden. ’s Avonds hadden nog een kijkje genomen in de uitgaanswijk “Kingscross”. Ook vandaag hebben we de hele dag door de stad gesjouwd, wat informatie over buspassen ingewonnen en een travelguide over Azië gekocht. Morgen willen we richting Canberra liften.
Canberra
26-4-1993 Geelong 24 graden – We zijn nu vijf maanden onderweg. Om Sydney uit te liften moesten we een trein naar een of ander plaatsje nemen. Deze trein vertrok pas om 16.00h en… dat een of ander plaatsje bleek ongeveer 125 km verderop te liggen. Het was dus bijna donker toen we daar aan kwamen. We dachten dat liften niet veel zin meer had maar toen we het stadje al liftend uitliepen stopte er toch nog een auto die naar Canberra ging. We kwamen daar om een uur of acht aan.

Canberra is de hedendaagse hoofdstad van Australië. Toen men vroeger tot de conclusie kwam dat Australië 1 land moest worden moest er natuurlijk ook 1 hoofdstad komen. Na wat gesoebat en onderlinge concurrentie tussen Melbourne en Sydney (Melbourne was vroeger chiquer) is het uiteindelijk een boerengehucht geworden ergens tussen deze 2 plaatsen in. De stad is op de tekentafel ontworpen dus veel park. Een camping spot langs het meer was dus makkelijk te vinden. De volgende ochtend (24-4) zijn we de rivier over gestoken richting het parlementsgebouw. Het lijkt erg op één of ander nationaal monument. Geinig was dat er overal kaketoes vlogen.
Na nog wat door de winkelstraat gesjouwd te hebben , gingen we met een bus de stad uit, om van daaruit naar Melbourne te liften. Binnen 1 minuut hadden we een lift van een Duitser, ca. 475 km tot Melbourne. Hij dropte ons op een camping aan de rand van de stad.
Melbourne
’s Morgens hebben we rustig alles weer ingepakt en zijn we met het OV de stad ingegaan. Het was Enzac Day, ofwel alle oorlogen werden herdacht zodat de stad vol oude mannen was met medailles opgespeld. De stad is niet echt bijzonder, maar het was mooi weer voor de tijd van het jaar dus hebben we toch flink rondgekeken. Het landschap tussen Sydney en Melbourne is ook niet echt spectaculair. Droog gras, heuvels en bomen.


Geelong
’s Avonds hebben we de trein naar Geelong gepakt waar de ouders van Glenn (zie hike Bolivia) wonen. Toen we bij het station van Geelong wat doelloos rondliepen bood een taxichauffeur ons een gratis ritje aan naar de ouders. Hier was de tafel al voor ons gedekt en het bed al opgemaakt. Sinds 15 januari slapen we weer onder een deken.

We hebben de was gedaan en de slaapzakken uitgewassen. ’s Ochtends door de stad gelopen en ’s middags met Glenns moeder wezen toeren over de Bellarine Peninsula, de voor surfers bekendste Bells Beach maar het mooiste waren toch de forse kangoeroes op het golf terrein van Angelsea. Zo’n 80 stuks kangoeroes lopen daar tussen de golfers door te grazen.


Grotere kaart weergeven in apart venster
Angahook Lorne State Park – Great Otway National Park
Woensdag 28-4-1993 20 graden Geelong – Gisteren zijn we weer langs de kust op wezen toeren. Weer een kijkje bij de kangoeroes genomen die nu half lagen te maffen. Daarna zijn we naar het Angahook Lorne State Park (in Lorne dus) gegaan waar we naar de Lower en Upper Kalimna waterval zijn geweest. Dit park maakt tegenwoordig deel uit van het Great Otway National Park. Deze 9 km lange wandeling start bij Sheoak Picnic Area.


Koala’s spotten in Brisbane Ranges National Park
Vandaag zijn we naar de Brisbane Ranges National Park even ten noorden van Geelong, geweest; op zoek naar koala’s. En jawel hoor, 2 koala’s gezien. Erg leuke kollige beestjes, maar ze zaten hoog in de boom dus helaas geen foto’s.

Great Ocean Road
Morgen gaan we richting de Twelve Apostles. Hier alvast de ansichtkaart

De Twelve Apostles
Zondag 2-5-1993 Adelaide 22.00h – Donderdag dus (met moeite) richting de Twelve Apostles gelift. De zon stond laag en het was wat mistig. Het zicht was wel prachtig over deze rotspunten in zee, maar of de foto’s gelukt zijn… De limestone is hier vrij zacht en onderhevig aan erosie. Drie jaar geleden (1990) was er nog een prachtige natuurlijke brug bekend als “The London Arch“, maar deze is ingestort. Twee achtergebleven bezoekers moesten met een heli gered worden. In 2005 is er weer een pukkel van 50m omgevallen, de voorste van de ansichtkaart hierboven zodat er in ieder geval geen 12 apostelen meer zijn.



We hadden een lift van een éénzame reizende Duitser die ons dus ‘s avonds op een kampeerstekkie dropte. De volgende dag zou hij ons weer op komen halen maar we hebben hem niet meer gezien, We zijn toen naar Westport gelift. Hier hadden we een prachtig stekkie zo’n 10m van de hoofdweg. Steeds meer worden we bewust dat de liftafstanden tussen twee stadjes als Gennep al gauw meer dan 100km bedraagt, liften gaat steeds moeilijker door te weinig verkeer. We willen eigenlijk de gehele Great Ocean Road tot Adelaide volgen. We hebben nog even Blue Lake bezocht, een oude krater aan de rand van Mount Gambier.

Gisteren hebben we al helemaal geblunderd. Vanuit Mount Gambier wilden we via de Princess Highway ofwel route 1 naar Adelaide liften. We strandden ergens in “the real middle of nowhere”, tussen Millecent en Kingston. Kilometers vlakte en toen het ook nog een begon te regenen baalden we helemaal. Eens in de 20 minuten rijdt er een auto voorbij. We hebben langs de weg gekampeerd en de volgende dag (vandaag) maar aan twee kanten van de weg staan liften om maar weer in enige vorm van civilisatie terug te komen. En zodoende kwamen na een paar uur weer in Mount Gambier (75km terug) terecht. Vanaf hier kregen we snel een lift richting Adelaide.
Onderweg zagen we struisvogels lopen. De auto van de lift was voorzien van allerlei attributen om deze tegen het aanrijden van wild te beschermen; een koeienvang, tralie tegen de voorruit en flinke verstralers. Na ruim 500km afgelegd te hebben komen we in Adelaide aan. Maar toen we rond 20.00h Ton’s familie opbelden werd er niet opgenomen. En om 21.00h nog niet. Pas om 22.00h namen ze op. En zodoende zitten we nu te wachten tot we opgepikt worden.
Adelaide en omgeving
Vrijdag 7-5-1993 | We verblijven nu al de hele week bij de familie van Ton. De mensen zijn erg aardig en gastvrij. We slapen in hun caravan. We hebben ons eigenlijk nog niet verveeld.
Maandag hebben we eerst eens een kijkje in de stad genomen. De stad was niet erg bijzonder. Het centrum is vrij klein omdat de stad grote winkelcentra in de wijken heeft. ’s Avonds met Amanda de berg opgereden om van het panorama te genieten.
Dinsdag hebben we wat actie ondernomen om geld uit Nederland over te laten komen. Ton was opgelucht dat zijn ouders erg schappelijk waren.
Woensdag zijn we met een dochter (Hanneke) langs het strand op wezen toeren. ’s Avonds zijn we bij een ander nichtje van Ton geweest.
Victor Harbour en Granite Island
Donderdag zijn we naar Victor Harbour gereden waar we pinguïns hoopten te zien. Victor harbour is een toeristische trekpleister op de Fleurieu Peninsula zo’n 80 km onder Adelaide. Voor de kust ligt Granite Island. Granite Island is d.m.v. een 630m lange brug verbonden met het vaste land. D.m.v. een paardentram of een stoomtreintje kun je over de brug naar het eiland. Wij liepen gewoon. Het eiland is kaal en ik neem aan dan men hier graniet gewonnen heeft. Tegenwoordig kun je hier een rondwandeling maken en met geluk whales spotten en tegen de avond de Little Penguins ofwel Fairy Penguin. Echter wij hebben geen (lees nog steeds niet) pinguïns gezien. ’s Avonds zijn we uit wezen eten bij de Chinees. Erg veel gegeten natuurlijk.


Whispering Wall – Barossa Reservoir
Vandaag, vrijdag, zijn we wat wezen toeren en hebben een raar verschijnsel bij de stuwdam in de Barossa Valley gehoord. Ze noemen de stuwdam in het Barossa Reservoir de “Whispering Wall”. Als je aan één zijde langs de muur op praat hoor je het 140m verderop aan de andere zijde even hard. Per toeval heeft de kromming van de stuwdam voor deze bijzondere akoestische eigenschap gezorgd en voor Australië weer een leuke picknick spot voor een weekenduitstapje. De “Whispering Wall bevindt zich ongeveer 7 km zuid-oostelijk van Lyndoch en 5 km oostelijk van Williamstown.

Cleland Wildlife Park
Maandag 10-5-1993 Adelaide: Zaterdag zijn we naar het Cleland Wildlife Park hier in Adelaide geweest. Hier hebben ze de typische Australische dieren rondhuppelen of springen zoals kangoeroes , walibi’s, wombats, tasman tigers, emoes en koala’s. De koala’s hadden ze op een speciale boomstam gezet zodat je ze kon aaien en foto’s kon maken.

Zondag was het Moederdag. ’s Ochtends werd Ton uit bed gebeld door een stel vrienden en even later belde Paul en Olga. ’s Avonds zijn we uit wezen eten in de Hollandse Club waar Ton’s oom en tante werken.
Uluru (Ayers Rock)
16-5-1993 25 °C Vrijdag de 14e kregen we een telefoontje dat ook Ton’s geld er was. Dus wij inkopen doen, buspas regelen om vervolgens via de bank de bus naar Ayers Rock te nemen. Nu zijn de bankmedewerksters hier niet echt slim. Mijn geld ophalen duurde zo’n 1,5 uur. Ze hebben er werkelijk geen ervaring mee. Zo moesten we het meisje op het reisbureau vertellen hoe ze de bus moest regelen. Verder bleek Ton’s geld niet op de door ons opgegeven bank aanwezig te zijn maar op een andere. De banken waren toen al gesloten zodat we zonder zijn geld naar Ayers Rock zijn en Ton’s geld nagestuurd wordt.
“Let’s hit the Road” en dat was dus de 2800km lange Stuart Highway. Nog geen 150 jaar geleden trachtten ontdekkingsreizigers het binnenland van Australië te verkennen en een route van zuid naar noord te vinden. Burke en Wills vonden als eerste een meer oostelijk gelegen route (van Melbourne naar Arnhem land), zij hebben de terugweg niet overleeft. Door alle ontberingen bleek dit niet echt eenvoudig. Kennelijk is John McDouall Stuart diegenen die de beter bruikbare Noord-Zuid route, dwars door het midden van het land, rond 1862 vond, zodat de Highway zijn naam draagt. Een jaar of tien later werd langs deze route een belangrijke telegraafverbinding aangelegd en directe communicatie tussen Melbourne en Londen mogelijk werd. De Staurt Highway loopt van Port Augusta via Alice Springs naar Darwin en is in de jaren 80 pas volledig verhard. Van de 2800km zullen wij er ongeveer 2550 afleggen.

De busreis
Goed, met de bus verliep verder alles goed. Via Port Augusta en Cooper Pedy gingen we op weg naar de Rock. De weg was zoals verwacht lang, recht en saai. Het grootste deel was semi-licht begroeide vlakte. Af en toe een tegenligger en soms meer dan 200km geen huis of zijweg. Een road-train als tegenligger is ook wel een bijzondere ervaring. In Erlunda, 200km onder Alice Springs, stapten we over op de bus naar Ayers Rock / Uluru via de Lasseter Highway. Deze busreis was een echte toeristen trip. Onderweg maakten we “Japanees Stops” voor uitzicht op Mount Conner en een zoutmeer.

In de bus kon je ook nog tegen betaling extra tours boeken rond Yulara. We hebben dit maar gedaan, gezellig en zo zie je nog eens wat. De chauffeur was onze gids.
Toen we op de camping aan kwamen zetten we snel de tent op om vervolgens naar de Olga’s te gaan en de zonsondergang bij Ayers Rock te aanschouwen. De Olga’s zijn erg mooi, tot 550m hoog, dus zo’n 200m hoger dan Ayers Rock. Je moet het echt allemaal gezien hebben om daar een indruk van te krijgen. Over het ontstaan en allerlei achtergronden t.a.v. de Aboriginals en zo verwijs ik naar wikipedia. Bij de Olga’s hebben we een korte wandeling gemaakt.





Regen
Verder hadden we geluk. Het had de laatste dagen uitzonderlijk veel geregend en al 2 weken was er geen sunset meer te bewonderen. Toen wij er waren was er dus weer een echte. Verder zijn we er achter dat de Aboriginals helaas geen aansluiting hebben gevonden bij de opgedrongen westerse cultuur, behalve dan de hele dag zuipen (eigenlijk best wel triest). De buschauffeur maakte openlijk wat discriminerende grappen en tevens werd ons gevraagd geen drank voor de Aboriginals te kopen in de supermarkt. Zij krijgen hier niets meer, dronken Aboriginals schaden het toerisme.


Vanmorgen zijn we al om 7.00 op weg naar Ayers Rock gegaan voor de 348m hoge klim. Doordat de regen weg is kon de Ayers Rock weer eens beklommen worden en dat was te merken (druk). Ayers Rock is niet alleen erg hoog, maar als je hem beklimt ook nog een erg steil en glad. Een ketting geeft je enigszins het gevoel van veiligheid. Op sommige plekken kan 2 stappen naar links al tot een dodelijke glijpartij leiden. Onderaan de rots zijn ook diverse herdenkingsplaquettes bevestigd van overledenen. Bovenop waaide het keihard. We waren in het gezelschap van een NL-er en een D-ster. De afdaling was beroerd voor mensen met hoogtevrees.



De kaart van de klim.
Toen we weer beneden waren zijn we om de Rock gereden waar we o.a. de Aboriginal tekeningen gezien hebben. ’s Middags zijn we wat door het dorp gesjouwd en hebben we de Flying Doctors bezocht die hier een kleine tentoonstelling hadden. Dadelijk gaan we naar een Aboriginal Concert waar o.a. de didgeridoo te beluisteren valt.
Ayers Rock 17-5-1993
Nou; het concert was goed, maar de gewone muzikanten waren gewone Australiërs. De camping kostte $18,- per nacht ofwel fl25,- (11 euro). Dat is natuurlijk veel te veel dus hadden we maar voor 1 nacht betaald om vervolgens de 2e nacht illegaal te blijven. Nu kwam vanmorgen dus even de beheerder langs en vragen waarom we geen bewijsje op de tent hadden. Stuntelig Engels heb ik hem wijsgemaakt dat ik hem eraf heb gehaald en weggegooid omdat we vandaag vertrekken. Hij geloofde het en liep weg zonder namen e.d. te checken. We hebben de tent maar snel opgebroken en zitten nu in het winkelcentrum.
Katherine Gorge
Katherine Gorge (Nitmiluk National Park)
18-5-1993 36 °C Dinsdag | De bus was mooi op tijd, we namen afscheid van Ayers Rock om zo’n 1500km noordelijker in Katherine Gorge onze tent op te slaan. Tot Alice Springs was (450km) het alleen maar woestijn. Kale vlakte en grasvlakte afgewisseld door bosjes en struiken. Door de regen was het niet zo stoffig en lagen er hier en daar plassen water. De Finke River rivier tussen Erlunda en Alice Springs voerde sinds 5 jaar weer eens water. Ook de Todd River, de bekende droge rivier door Alice Springs vanwege de kanorace op den droge, stond vol met water.
Van Alice Springs hebben we niet veel gezien maar wat we zagen was niet zo bijzonder. Een heuveltje vlak voor Alice Springs was het hoogste punt tussen Adelaide en Darwin. In Tennant Creek stopten we ’s nachts, ik verwachtte hier tankstation en busstation maar dit was toch een echt stadje. Omdat er geen spoor ligt naar Darwin rijden er de zogenaamde “Road trains”, ofwel een truck met 3 opleggers, 50m lang.

Nitmiluk National Park
Toen het ’s ochtends licht werd was het landschap oneindig dun bos met oneindig veen termieten zuilen langs de weg. We staan nu op een camping 30km ten noorden van Katherine. Het gebied maakt deel uit van het Nitmiluk National Park. De natuur is erg mooi. Fel gekleurde parkieten maken flink lawaai, een lizzard van ruim 1m lang loopt rond de tent en snuffelt aan de vieze sokken. Langs de Katherine River hangen de bomen vol vleermuizen. Dit gebied hier in het noorden van Australië staat bekend als het oudste rotsplateau ter wereld. Het gebergte (plateau) is 1260 miljoen jaar oud, Ayers Rock slechts 600 miljoen jaar. Vanuit de lucht (google map) is het net of het water zich een weg zoekt tussen het opengescheurde landschap. In het noorden van Australië zijn ook de eerste sporen van organisch leven op aarde gevonden.
Kaart route Katrine Gorge
Morgen willen we 4 uur de bush inlopen en daar kamperen. Er zitten ook zoetwater krokodillen in de rivier, deze “onschuldige” krokodillen leggen hun eieren in de zanderige oeverplekken. Vanmiddag eerst even goed gekeken of er niet 2 oogjes boven het water uitstaken voordat we erin sprongen. Ze doen niets en je ziet ze ook niet, de gevaarlijkste krokodillen vind je aan de kust.
Katherina Gorge, heet


19 mei 1993 | Gisterenavond zijn we tegen het donker worden richting de Gorge gelopen, kijken wat de vleermuizen gingen doen. Nadat de zon vertrokken was vlogen ze massaal uit. Duizenden vleermuizen, in de vorm van een groot lint, vlogen de vallei in. Prachtig om te zien maar de beesten stinken zo erg dat je ze ruikt als ze overkomen vliegen.
Vleermuizen


’s Avonds en ’s nachts liepen er een stel walibi’s over de camping. Dit zijn kleine kangoeroes.
Smitts Rock Walk

Vanmorgen hebben we onze tent opgepakt, de overbodige bagage bij het informatie centrum gedropt en zijn toen de bush ingelopen. De 4 uur durende tocht, Smitts Rock Walk, was alles behalve indrukwekkend. We fantaseerden wat over een mogelijke confrontatie met een kangoeroe, zeker nadat we een enorme hoop stront op het pad tegenkwamen.
Uiteindelijk kwamen we in de Gorge uit. Dit was wel prachtig maar het was veel te heet voor te kamperen. Gisterenavond om 8 uur was het nog 30°C, nu om 17.30 nog 32°C. We kamperen op de oever van de rivier waarin je heerlijk kunt zwemmen. Verder wordt je hier helemaal gek van de irritante vliegen (ook bij Ayers Rock).
De volgende dag liepen we terug, toen we ineens oog in oog stonden met een enorme waterbuffel met van die grote horens. Voorzichtig trokken we ons terug om achter een boom dekking te zoeken. Weten wij veel wat zo’n beest doet. Langzaam liep het beest van ons vandaan waarna we de route konden vervolgen. Dit verklaarde dus ook de hoop stront.


Morgen gaan we weer terug en pakken om 18.15 de bus naar Cairns, ca. 2250km en 36 uur bussen.
Cairns en Green Island (Great Barrier Reef)
5.30 20 °C (donker) zaterdag 21-5-1993 | We zijn zojuist in Cairns aangekomen en worden al direct op een tropische plensbui getrakteerd. Cairns ligt aan het begin van Cape York, een tropische uithoek die zich 1000 km uitstrekt tot vlak onder Papua New Guinea. Cairns is een populaire badplaats, de “Great Barrier Reef” ligt hier dicht bij de kust.
We hebben zojuist 2868 km binnen 35 uur afgelegd. In 24 uur hadden we ruim 7 dorpen en stadjes doorkruist waarvan Tennant Creek niet eens op de route lag. Het eerste stuk van de route was dun bebost met velen termietenheuvels, verder heb ik alleen maar grasvlakte gezien met af en toe koeien. Mt. Isa was de grootste plaats. We wachten nu tot het toeristenbureau open is en kunnen gaan kijken wat we gaan doen. So far…
Cairns – Een bezoek Green Island
Vandaag zijn we naar Green Island geweest. Dit kleine eilandje, ligt 26km uit de kust! Het weer was wisselvallig maar het snorkelen erg mooi. De boot ernaar toe ging flink tekeer op de golven. De mensen met een zwakke maag kregen op voorhand al een pilletje terwijl wij stoer voor op de boeg gingen zitten. Echter naarmate we verder op zee kwamen den de wilde golfslag ons nat begon te spatten vluchten we toch ook maar naar het achterdek. Het eilandje is vrij klein, je loopt er zo omheen. Tijdens het snorkelen hebben we veel mooie en grote vissen gezien. Ook 1 stingray of zoiets. Sommige vissen waren groter dan 1 meter met een heel dik lijf. Toen er later etensresten het water in gingen zagen we ook kleine haaien en ander spul zwemmen. De stranden waren mooi wit maar zonder veel palmbomen. Het is erg toeristisch.




We wilden eigenlijk gisteren gaan maar omdat we de avond tevoren in een ontzettend gezellige vreet-/zuipschuur terecht kwamen waren we vergeten een batterij in de wekker te doen. In de pub kwamen we 2 Deense meisjes tegen die we op de Tasman Coastal hike ontmoet hadden. In de vreetschuur kun je goed goedkoop eten voor $3,50 gevolgd door Happy Hour. Vanavond gaan we op de bus naar de Whitsunday Islands ofwel Airlie Beach. Onze vlucht naar Jakarta is verzet maar die naar Singapore zat vol. We staan nu op de wachtlijst.
Airlie Beach (Whitsundays)
15.30h 30 a 35 °C | Gisteren vertrok de bus ongeveer rond middernacht. We zijn dus naar Samuels geweest om effe flink goedkoop te eten en het happy hour te genieten. Dit was wel gezellig. De bus zat vol jonge lui en dat was in het begin dus flink keten. We zaten erg krap in de bus die om 6.00h in Townsville aankwam. Hier moeten we 2,5 uur wachten. Om 12.00h waren we in Airlie Beach.

15.30h 30 a 35 °C Het is erg leuk knus gezellig plaatsje gelegen aan een baai. Overal groeien palmbomen en het strand is wit. Zwemmen in zee is momenteel niet mogelijk vanwege giftige kwallen, een plaag voor Airlie Beach. Er is geen continent ter wereld waar zoveel extreem giftige/gevaarlijke dieren voorkomen als in Australië. Van spinnen, kwallen, haaien, pijlstaartroggen, krokodillen, slangen, schorpioenen en planten.

Er is hier een soort “Backpackers” oorlog gaande. De hostels zijn hier niet zo duur als de camping. Voordeel: matras, centrum, zwembad, bar, goedkoop eten + gratis drank. Nadeel: je deelt je slaapvertrek met meer personen die dan ’s nachts zoals in ons geval de boel onder komen kotsen. Verder bleek onze buspas nog steeds niet in orde. Na 6 dagen reizen (binnen 24 uur) beweert de busmaatschappij dat we 7 dagen gebruikt hebben. Zoals hun computer vertelt. Na ruim een half uur geouwehoer aan de telefoon kregen we dan toch gelijk.
Surfers Paradise

17.00h 20 á 25 °C 29-5-1993 | Na nog wat gefeest te hebben in Airlie Beach zijn we donderdagmiddag om 12.00h op weg gegaan naar Surfers Paradise waar we de volgende dag om 9.00h waren. We hebben nog even een stop gemaakt in Brisbane. Surfers Paradise is een combinatie van Benidorm en Miami Beach. Hoge hotelgebouwen, veel rijke lui en trendy gedoe op de boulevard.

De kennissen van Ton (Anton familie van een vriend) is beheerder van een 100m hoog luxe appartementengebouw. Voor $10,- p.p. per nacht zitten we nu in zo’n appartement en genieten van de sauna, zwembad e.d.. Het is hier ontzettend toeristisch. Veel Jappen en toeristen shops. Vandaag zijn we met Antons boot wezen varen op de rivier en kanalen in de stad en vervolgens een einde de zee op.
Ook hier kun je weer bungy jumpen, scenic flights, rondvaarten etc. etc. voor veel $’s. Vanmorgen vroeg zijn we nog effe met een klein surfboardje de branding in geweest om proberen te surfen om vervolgens om 15.30 de bus naar Sydney te pakken.
Terug in Sydney (afsluiting)
Sydney 1-6-1993 regenachtig 15.00h | Sinds lange tijd weer eens een regendag. We zijn dan ook weer ruim 1000 km zuidelijker waar het aan het “winteren” is. Gisterenmorgen, voordat we op de bus moesten hebben we de branding van de zee nog eens effe met een boogieboard uitgeprobeerd. In het begin leek het wel een “lynch party”, de golf deed net met ons wat ie wilde, salto’s, handstand, er zat wel een kilo zand in mijn zwembroek.
Na een uurtje kregen we het een beetje door maar moesten toen onze rugzak inpakken na nog gauw even in de sauna uitgezweet te hebben. In de bus heb ik dan toch nog wat kans gezien om te slapen. Om 7.00h waren we in Sydney en zijn we direct naar de “Backpackers” gegaan om de bagage te dumpen en vervolgens de stad in. Binnen 1,5 uur waren de vluchten tot Singapore geregeld en het geld van Ton (wat niet vlekkeloos verliep).
Afscheid
Nog wat door de stad gelopen, waar ik de verleiding van de goedkope CD’s niet kon weerstaan. Maar zoals vermeld; het is regenachtig dus zijn we weer terug in de Backpackers. In het park hebben we afscheid genomen van onze iglo tent van fl 100,-. In Azië hopen we hem niet meer nodig te hebben en hij is onderhand ook behoorlijk versleten.
N.B. we hebben 11.000km door Australië gereisd!
Tot slot, voor degene die zich wat meer wil verdiepen in Australië kan ik het bijna 400 pagina’s tellend boek van Bill Bryson met de titel Tegenvoeters, een reis door Australië aanraden. Dit boek staat vol met feitjes history etc. etc…
Terug naar inhoudsopgavenMeer Australië / Oceanië:
Meer Australië / Oceanië: Australië | Nieuw-Zeeland | Nieuw-Caledonië