Ierland 2007

Dag 2

Ierland_2007_004

Route dag 2

Zaterdag 29 september. Als ik ’s ochtends uit het raam kijk zie ik een strakke blauwe lucht met aan de horizon nog wat nevelflarden tegen de berghellingen van Slieve Mish Mountains. Dat is maar goed ook want een beetje helder weer is toch wel prettig als je bijvoorbeeld de Connor Pass over wilt. Na ons ontbijtje gaan we weer op pad om Dingle te verkennen. Ik heb een route in het hoofd maar met het mooie weer zullen we vaker de auto uit gaan dus blijft er uiteindelijk minder tijd over meters te maken. We moeten iets dus… We kachelen eerst maar eens even over N84 aan de noordkant van Dingle en stoppen direct even op het bruggetjes over de Lee bij Blennerville een paar kilometer van Tralee. Er staat hier een witte molen, niet bijzonders maar het levert een prachtig plaatje op.

Ierland_2007_012

De witte molen van Blennerville

We vervolgen onze route en verbazen ons andermaal om de snelheidbeperkingen. 80km/u op smalle weggetjes en 100km/u op de iets bredere N wegen. In Camp blijven we de N84 even bergop volgen voor een viewpoint over Tralee Bay. Vanaf hier draaien we weer om terug naar Camp en de noordelijke kustroute verder te volgen. Als we in de buurt van Brandon Bay zijn pakken we een weggetje rechtsaf naar het strand. We rijden een duinenrij tegemoet en kunnen zowat het strand op rijden, maar ja, we hebben geen 4 wheel drive. Het is eb en een breed leeg strand ligt aan onze voeten. In ons land bijna ondenkbaar, er is altijd wel iemand op het strand of er staan van die lelijke strandtenten. Maar hier heb je alle ruimte en is alles ongerept. De jas kan uit want de zon begint al aardig warmte te produceren. Als het globalwarming effect doorzet wordt dit in ieder geval een nieuwe Costa. Het is overigens zo dat het klimaat hier erg mild is. Overal groeien palm-achtigen planten. De invloed van de warme oceaanstroom zorgt voor een echt zeeklimaat. Ook schijnt hier in het westen de zon meer dan in het binnenland. Nadat we genoeg hadden van het gebanjer door het zand maakten we ons op voor de Connor Pass richting Dingle.
Ierland_2007_013

Ik weet niet exact wat me te wachten, de meeste reisverslagen melden mist op de pas. Dat zat er voor ons gelukkig niet in maar de wolken roeren zich wel boven de toppen dus een geheel blauwe lucht was ook voor ons niet weggelegd. Het uitzicht is prachtig en vooral het laatste stuk van de tocht tot aan de top moet een crime zijn om in het hoogseizoen te berijden. De weg is erg smal en de passing places krap. De bergflank is door gebrek aan zonlicht groen van mos en andere vochtminnende begroeiing. De top van de pas ligt op 456m hoogte en de omringende bergen nog zo’n 200m hoger. Op de top is een parkeerplaats vanwaar je nog een stukje omhoog kunt wandelen. Een bord, zoals we dat van de Alpen kennen, met Conner Pass 456m hoogte vindt je hier niet, ondanks dat het toch een toeristische trekpleister is. De weg naar beneden is breed en daalt geleidelijk af naar Dingle met uitzicht over de Dingle Bay en aan de horizon Iveragh.

Ierland_2007_068

De Connor Pass

Het is nog vroeg dus rijden we Dingle door om eerst de Slea Head Drive te rijden en om daarna in de middag in het kleurrijke toeristische stadje te lunchen. De Slea Head Drive is het rondje over R559, een mooie kustweg dat gaat over het meest westelijke puntje van Ierland. We stoppen bij Dunbeg Fort, een oude nederzetting van 500 voor Christus. Ik moet zeggen, het uitzicht vond ik mooier dan de stapel stenen. Er zit natuurlijk een heel verhaal aan vast mooi gepresenteerd met een audio video presentatie maar het weer is te mooi om binnen te gaan zitten. We rijden verder naar Slea Head met zicht op de Blasket Islands, Iveragh en de Skelligs en vervolgens langs Dunmore Head. Bij Clogher Head stoppen we voor een wandeling naar de top van de rotspunt in zee. Prachtig hier zijn de hagelwitte zandstrandjes die zich hier tussen de rotspartijen gevormd hebben. Na onze wandeling begint onze maag flink te rammelen en zorgen we dat we zo snel mogelijk in Dingle komen.

Ierland_2007_072

Uitzicht vanaf Clogher Head

Dingle is een mooi plaatsje maar oh zo jammer dat al het verkeer er dwars doorheen moet. Er komen hier zoveel toeristen dat een mooie winkelstraat niet misstaat. We gaan eerst eff naar het toeristen bureau om onze Skellig trip van morgen te reserveren, er mogen immers maar 100 personen per dag naar Skelligs dus reserveren is een must. Dan zoeken we ons een pub met bar-meals. Een tosti wordt hier stevig geserveerd met friet en salade. De oude vissers uit het dorp zitten naast ons te eten waarvan enkele al menige Guiness weggewerkt heeft. Een oud mannetje neemt 2 happen van zijn bord om vervolgens weg te dutten. De rest lacht daar weer om. Als onze buik vol zit maken we ons op voor de tocht naar Waterville op Iveragh.

Ierland_2007_016

Uitzicht vanaf de Ballaghasheen Pass op de Macgillycuddy’s Reeks

Het is nog zeker 100km rijden houden we de vaart er goed in. We willen via de Ballaghasheen Pass rijden. In Killorglin nemen we de afslag naar Glencar maar bereiken na enige tijd Beaufort. De doorgaande route ging de verkeerde kant op en dus hadden we een afslag gemist. Na wat gezoek weten we toch binnendoor naar de pas toe te rijden. De weg ligt aan de voet van de Macgillycuddy’s Reeks met de hoogste bergtop van Ierland, de Carrantua Hill met 1058m. Noordelijk van de pas ligt de Coommacarrea 727+ en de Colly 686+, uitlopers van het Macgillycuddy. Het veengebied is prachtig en desolaat, er zijn mooie vergezichten met de bergen op de achtergrond. Aan de achterzijde van de pas wordt het gebied bosrijker en komt langzaam weer wat bebouwing te voorschijn. De weg wordt weer breder nadat we nog even in een flinke kuil gereden zijn. Tegen het einde van de middag bereiken we Waterville en zoeken een B&B. Landschappelijk ligt waterville niet echt bijzonder. Mondaine badplaatsen kent men hier niet, ook niet als Charley Chaplin je vast bezoeker was.

Het is zaterdagavond maar het uitgaansleven komt niet op gang dus liggen we na een paar pints weer op tijd op bed. Dat is maar goed ook want morgen moeten we de zee op en dan is het wel zo prettig een beetje ‘fris’ te zijn…