Hiken in Lapland

Dag 1: Van thuis tot Kebnekaise Fjallstation

Ik vertrek om 7.30h vanaf Eindhoven richting Stockholm, heb daar een overstap en om ca. 13.30h ben ik als in Kiruna, 250km boven de poolgrens.

Kiruna

Kiruna is een ertsmijnbouwstadje in het hoge noorden. Het is de grootste stad van Noord Zweden. Zonder de enorme hoeveelheden ijzererts was er niet veel. Een spoorlijn (de Ertsbaan) ontsluit Kiruna met Lulea aan de Botnische Golf. Deze is echter een aantal maanden per jaar dichtgevroren en dus is wordt de erts veelal naar Narvik in Noorwegen gebracht. De ijzererts bevindt zich als een soort enorme halve discusschijf in de bodem tot op ruim 1,5km diepte. Een maquette in de vvv kantoor toont een mooi 3D model hiervan. Doordat men steeds dieper erts gaat winnen ontstaat het risico dat delen van de stad gaan verzakken. Daarom is men nu druk doende de halve stad te verhuizen. Huizen worden gesloopt of verplaatst. Ook het station is reeds verplaatst.

Het centrum van de stad kwam mij erg troosteloos over. Stil, weinig uitstraling en weinig volk op straat. Ik weet dat ik in een stad waar het 3/4 van het jaar koud is ook niet echt frisse groene parken moet verwachten maar toch. Er staan wel, zeker net buiten het centrum, een aantal hele leuke authentieke Zweedse huizen.

Aangekomen op het vliegveld staat de shuttlebus klaar om je voor 110 kr naar het centrum te brengen. Vanaf het busstation loop ik even de hoek om richting Intersport om een gastankje en deet (jungla-oil) te kopen. Het is droog en rustig weer. Ik maak nog een ommetje waarna ik om 15h bus 92 pak naar Nikkaluokta. De bus zit tot de laatste stoel vol met hikers. Op richting de “Last Wilderness of Europe” zoals Lapland vaak genoemd wordt.

Eindelijk wandelen

Na een klein uurtje zijn we in Nikkoluokta en daar ga ik eerst even mijn rugzak ordenen. De muggen vliegen al om mijn oren dus smeer ik me meteen rondom in met deet. Eenmaal gepakt en gezakt loop ik onder de “vertrekboog” door met opschrift Nikkoluokta en ga op pad.

Het eerste traject van de route voert je over 18km door laag berkenbos naar de Kebnekaise Fjallstation. De plek vanwaaruit de meeste medereizigers de hoogste berg van Zweden willen beklimmen, de Kebnekaise 2106+.

Lap Danalds

Na 7 km stappen kom ik aan bij het Láddjujávri Meer. Het meer is spiegelglad met aan de horizon de indrukwekkende bergen, de wildernis. Aan het meer staan een paar hutten en een Lap Danalds maar men schijnbaar wel een rendierenburgers verkoopt. Nu is echter alles gesloten. Gelukkig ligt hier ligt wel de boot klaar om je 4 km over het meer en de rivier te vervoeren met prachtige uitzichten op de bergen. Ik pak de boot want ik hoop eigenlijk nog tegen de avond in de buurt van het Fjallstation te komen. Lopend was overigens net zo snel gegaan maar het was vanmorgen met 4.30h opstaan erg vroeg dus dit spaart wat krachten. Het is een mooie boottocht die het laatste stukje nog over de rivier gaat.

Weer voet aan wal sjouw ik weer verder. Hierna wordt het pad wat minder comfortabel, meer stenen en bergop. Ik loop nog 6 km door totdat ik nog voor de brug en splitsing naar de Tarfalavallei een prachtige campspot vind. De uitzichten zijn overweldigend. Na een klein half uurtje heb ik alles staan en is het eten klaar. Genietend van het uitzicht eet ik mijn pannetje ‘adventure curry’ op.

Telefoonverbinding

Er staat een zendmast bij het Kebnekaise Fjallstation. Het bereik is hier dus prima maar richting Singi zal na een kilometer of 8 de verbinding wegvallen. De telefoonverbinding zal pas enkele kilometers voor Abisko weer terug komen. Er zijn om de 8 a 12 kilometers wel plekken met noodtelefoons, deze staan op de wandelkaarten aangegeven.

Muggen

Iedereen piept altijd over de muggen in Lapland en inderdaad, zodra je uit de bus stapt bij Nikkoluokta vliegen en tientallen rond je hoofd. Het zijn wel slome makke muggen die je zo kapot slaat maar een goede deet is geen overbodige luxe. Ik kocht een potje Djungelolja oil bij de Intersport en smeerde me hier mee in, zelfs als je een dun shirt aan hebt moet je hier rekening mee houden dat ze er doorheen komen. Als het waait heb je er minder last van dan bij rustig weer en als je stilstaat meer last dan lopend. Bij eten sloot ik mezelf op achter mijn het muskietengaas van de tent, je wilt immers rustig eten.

 

Mijn campspot een paar kilometer voor Kebnekaise Fjallstation

Schemering

De zon gaat 21.30h onder maar om 19.30h begint het al te schemeren. De zon gaat onder zo’n schuine hoek onder dat het gewoon heel lang duurt eer het echt donker is. Het is niet stil, de nachtrust wordt beheerst door het geluid van stromend water uit alle hoeken en gaten van het dal. Ik ga slapen en als ik om 4.00h wakker wordt is het ook al weer licht. Met moeite val ik weer in slaap.